1949 – Meer pro-Bols dan pro-Duits

Facebooktwitter

Terug naar de indexpaginaUitleg over tribunaalverslagen in de krant

Jac. de Vlaming te ‘s-Gravendeel

Aanklacht en uitspraak 25 maart 1949

Voor. de Dordtse Kamer van het Haagse Bijz. Gerechtshof stond terecht de ‘s-Gravendeelse graanhandelaar Jac. de Vlaming. De ten laste legging luidde in de min of meer ingewikkelde gerechtelijke taal: „dat hij in Maart 1943 te ‘s-Gravendeel door het doen van een belofte, namelijk het zullen geven van f 100, indien na te noemen in diensttreding zou plaats gevonden hebben en door bedreiging, namelijk het zullen aangeven bij de politie van een door C. van Twist gepleegde diefstal, indien de in diensttreding niet zou plaats vinden, opzettelijk heeft uitgelokt, dat C. van Twist als Nederlander opzettelijk, vrijwillig in Duitse krijgsdienst is getreden bij de Landstorm Nederland.” (In leesbaar Nederlands: dat hij opzettelijk uitgelokt zou hebben, dat C. van Twist, als Nederlander, vrijwillig in Duitse krijgsdienst is getreden bij de Landstorm Nederland. Hij heeft hiertoe Van Twist f 100.— beloofd indien deze dienstneming zou doorgaan en hem gedreigd, indien zij geen doorgang zou vinden: bij de politie aangifte te doen van een door Van Twist gepleegde diefstal). De Vlaming werd van 15 Mei 1945 tot 2 Februari 1946 gedetineerd; op 31 Mei 1947 onvoorwaardelijk buiten vervolging gesteld, maar van 10 tot 24 Jan. 1948 opnieuw ingesloten. Als eerste getuige werd gehoord C. van Twist. De president, Mr. Ikman van Burck, liep met hem, zoals dat altijd gebeurt, de verklaringen door, die hij bij de politie had afgelegd. Getuige was zeer aarzelend in zijn verklaringen en in de bevestiging van de verklaringen, die hij eerder had afgelegd; hij bewandelde wat men noemt „omweggetjes” en kreeg voor zijn houding standjes van de president, de raadsheren en de procureur-fiscaal. Zijn verhaal kwam ongeveer hierop neer: in Maart 1943 moest hij zakken erwten vervoeren naar het pakhuis van De Vlaming. Onderweg verduisterde hij een gedeelte van deze voorraad. De verduistering werd in het pakhuis van De Vlaming ontdekt en De Vlaming was ook op de hoogte van de verduistering van een zak tarwe, die eerder door van Twist werd gepleegd. De Vlaming dreigde de verduistering te zullen aangeven bij de politie. Hij beloofde echter te zullen zwijgen en ,,,het goed te maken’ met van Twist, wanneer deze dienst wilde nemen bij. de Landstorm Nederland. Van Twist had een tijdje over het voorstel nagedacht en De Vlaming had hem enige malen gevraagd hoe het er mee stond. Toen van Twist had dienst genomen, had De Vlaming hem f 100.— gegeven. Verdachte ontkende, maar wel gaf hij toen, dat hij van Twist 100 gulden had gegeven. Pres.: „Waarom deed U dat dan?” „Dat vraag ik mezelf ook af”. „Dit is een punt in Uw nadeel, want U gaat iemand, die U juist bestolen heeft geen 100 gulden geven; dat ligt niet in Uw aard”. „Dat weet ik nog niet”. „Maar ik weet het wel”. De verdediger, Mr. v. Tricht, legde uit dat niet verdachte, maar een zekere v. d. Berg de bestolene was. „Verdachte heeft van Twist die 100 gulden niet gegeven, maar ze aan hem geleend. De Vlaming is meer pro-Bols dan hij pro-Duits was en wanneer hij onder de invloed is, gaat hij links en- rechts geld uitlenen”. Van Twist bestreed de verklaring van de raadsman, dat hij het geld alleen maar had geleend en verdachte gaf toe, dat hij het geld nooit had teruggevraagd. De vroegere patroon van Van Twist, de heer J. J. Naaktgeboren vertelde het een en ander over hem. Hij verklaarde verder, dat hij zich niet meer met v. Twist had bemoeid, toen deze had dienst genomen bij de Landstorm. Na de bevrijding, toen. v. Twist gevangen zat, was getuige naar hem toe gegaan en bij die gelegenheid had v. Twist verteld, dat hij had dienst genomen, omdat de Vlaming hem 100 gulden had gegeven. Getuige zei verder, dat v. Twist altijd fel anti-Duits was geweest en dat iedereen daarom verbaasd had gestaan toen hij plotseling in een verraders uniform verscheen. Mr. v. Tricht: „maar was hij nu werkelijk zo anti-Duits? Heeft hij niet voor 1943 vrijwillig voor de Duitsers in Frankrijk gereden?” „Ja, dat is waar; toen mijn auto gevorderd was”. Getuige W. van Twist verklaarde, dat zijn broer zich niet veel van politiek aantrok. Hij was noch pro-Duits, noch anti-Duits. Verder wist getuige niets over het gedrag van zijn broer en de beweegredenen tot zijn dienstneming te vertellen. De vierde getuige á charge, de heer P. van Twist, was wegens ziekte niet verschenen. De verdediger wilde nu zijn 6 getuigen á décharge doen horen, maar de procureur-fiscaal, Mr. Visser, merkte op: „het lijkt mij niet nodig. Dit waren mijn getuigen. C. van Twist was de voornaamste, maar zijn verklaringen wijken zozeer af van hetgeen hij bij de politie heeft gezegd, dat verdere  behandeling van deze zaak mij zinloos lijkt. Op grond van wat wij op de zitting te weten zijn gekomen, kunnen wij nooit tot een veroordeling overgaan. Ik stel daarom voor, niet met de zaak door te gaan, maar verdachte vrij te spreken”. De verdediger had tegen dit voorstel enige bezwaren. .Hij zou de getuigen á décharge graag doen horen, omdat uit hun verklaringen zou blijken hoezeer door de ‘s-Gravendeelse politie verklaringen zouden zijn afgeperst en welk groot onrecht zij verdachte zouden hebben aangedaan. Het Hof schorste de zitting voor enkele minuten en verklaarde daarna bij monde van de president, dat het liet horen van de getuigen á décharge onnodig achtte. De Vlaming werd van het ten laste gelegde vrijgesproken.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *