1947 – Niet in staat tot verraad, gezien zijn domheid

Facebooktwitter

Terug naar de indexpaginaUitleg over tribunaalverslagen in de krant

L.C. v.d. Graaf te ‘s-Gravendeel

Aanklacht 12 maart 1947

L. C. v. d. Graaf, landarbeider te ‘s-Gravendeel had zich eind ’43 vrijwillig gemeld voor de Waffen S.S. Tevens had hij aan de politie doorgegeven dat zijn vader een radiotoestel in zijn bezit had, waardoor dit toestel weggehaald was en arrestatie volgde. Besch. vertelde hoe hij ondergedoken was, omdat hij niet als krijgsgevangene naar Duitschland gevoerd wilde worden. Zijn onderduikadres was echter bekend geworden en er moest iets gebeuren. Hij was toen, zoo hij zeide, in contact gekomen met zekeren van Waardenburg, die hem gezegd had, dat hij niet naar Duitschland hoefde als hij zich opgaf bij de S. S. Hij had toen geteekend, maar na tien dagen in dienst geweest te zijn hij had nog niet eens een uniform of een geweer gehad, zoo zeide besch, had hij gezien, dat het er een rommeltje was en hij was naar huis gegaan, nadat hij zich had laten afkeuren. In de radio-kwestie bracht de grootvader van besch. klaarheid; deze vertelde, dat besch. gebrouilleerd was met zijn ouders en revanche had willen nemen door hun hun radio te doen afnemen. De jongen was echter te goed van aard om de aanwezigheid van de radio aan te geven bij Duitschers of N.S.B.’ers; hij had het toen maar bij een als „goed” bekend staanden politieman gedaan. In kernachtige bewoordingen vertelde de grootvader dit de heeren van het tribunaal en toen de voorz. verder vroeg wat voor soort mensch grootvader nu wel vond, dat zijn kleinzoon was, antwoordde deze: „Al wat je tegen hem zegt, zegt hij je na. Als er een kop op stond had hij het nooit gedaan. Hij is een sufferd”. De raadsman, mr. van Tricht, kon niet nalaten op te merken dat het dossier van besch. in Oct. 1945 reeds in Den Haag was en in Januari ’47 pas ter verdere afhandeling naar Dordrecht was doorgezonden, Hierna wees hij het tribunaal op de grenzelooze domheid van besch., die om zijn vaderland te dienen niet in krijgsgevangenschap weggevoerd wilde worden en daarom maar vrijwillig tot de S.S. toetrad, waar hij tien dagen als marionet gefungeerd had, volgens zijn wapenbroeders niet „waardig” den rok te dragen. Het aangeven van het radiotoestel, zij het dan bij een als „goed” bekend staanden politieman, noemde spr. erg dom, maar gelukkig waren hiervan geen ernstige gevolgen te constateeren. Spr. had van verschillende personen verklaringen van de „domheid” van besch. Men achtte hem niet in staat tot verraad „gezien zijn domheid”. Besch. was, volgens zijn vroegeren werkgever, een zeer bruikbare kracht en, zoo vervolgde mr. van Tricht, hij zou wanneer hij vrij kwam, dadelijk in dienst kunnen komen bij zijn ouden baas. De verdediger vroeg onmiddellijke in vrijheidstelling; het tribunaal voldeed aan dit verzoek.


Uitspraak 26 maart 1947

L.C. v.d. Graaf, landarbeider te ‘s-Gravendeel: interneering tot 11 Maart 1947, ontzetting uit de beide kiesrechten, alsmede het recht ambten te bekleeden en bij de gewapende macht te dienen

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *