1947 – Leeren den Nederlandschen oorsprong te waardeeren

Facebooktwitter

Terug naar de indexpaginaUitleg over tribunaalverslagen in de krant

Joh. A. in ‘t Veld te Westmaas

Aanklacht 12 maart 1947

Joh. A. in ‘t Veld, landbouwer te Westmaas was van 1941 af lid geweest an de N. S. B.; had bijgedragen aan het verjaarsgeschenk voor den Leider en de Nat. Soc. Vrouwenorganisatie; was bij de W.A. geweest en had daarvan de uniform gedragen en oefeningen meegemaakt; had zich in September ’42 vrijwillig gemeld voor hulppolitie; was geabonneerd geweest op „De Zwarte Soldaat” ; had in den zomer ’44 in Den Bosch een eed van trouw aan den Führer afgelegd; zou van het najaar ’42 tot April ’43 als W. A.-man bij de O. T. te Ouddorp werkzaam geweest zijn en op 3 Mei ’43 zich vrijwillig gemeld hebben bij den Landstorm Nederland, waarvoor hij in uniform gekleed zou zijn gegaan en gewapend geweest zou zijn met een karabijn en bajonet. Besch. erkende het ten laste gelegde betreffende het lidmaatschap van de N.S.B. en de bijdragen aan aanverwante instellingen, het dienstnemen bij de W. A., het melden als hulppolitie, het abonnement op „De Zwarte Soldaat” en den eed. Ten aanzien van zijn werkzaamheden te Ouddorp lichtte besch. toe dat hij, wanneer hij in dienst van de O.T. te Delft, die hem ook rechtstreeks uitbetaalde. Deze firma stond echter in dienst van de O.T. Besch. vond niet, dat hij direct hulp verleend had aan den vijand. Hij zorgde ervoor, dat de arbeiders regelmatig hun voedselkaarten e. d. kregen. Verder voerde besch. aan, dat hij, wanneer hij in dienst van de O.T. geweest zou zijn, wel een uniform zou hebben gedragen met een hakenkruisband om den arm, en dat was nooit zoo geweest. De Landstorm Nederland vond besch. een Nederlandsche instelling, zij het dan onder Duitsche leiding; in compagniesverband had hij te ‘s-Hertogenbosch den eed van trouw aan den Führer afgelegd. Van het een, zoo beweerde besch., was hij vanzelf in het ander gekomen, maar tenslotte was hij, toen hij bemerkte in welk gezelschap hij verzeild geraakt was en toen hij besefte wat hij zijn land aandeed, gedeserteerd. Hij had den eed van trouw gebroken en door de Feldgendarmerie opgespeurd, was hij naar den S. D. op den Noordsingel te Rotterdam gebracht, aldus besch. Hiervandaan had besch. een brief geschreven aan zijn ouders, welke in het dossier aanwezig was, waarin hij zinspeelde op een nieuw leven dat hij begonnen zou zijn. Desgevraagd antwoordde besch., dat hij hiermede bedoelde dat hij ingezien had op het verkeerde pad geraakt te zijn. De verdediger, Mr. Van Marwijck Kooy, haalde in zijn pleidooi een artikel aan van prof. Van Hamel, voort. van het bijzonder gerechtshof te Amsterdam, waarin deze erop wijst, dat met jeugdige politieke delinquenten nog heel wat te bereiken valt door ze te leeren den Nederlandschen oorsprong te waardeeren. Het beste zal dit, volgens dezen rechter, bereikt worden, wanneer de jongemenschen zich met alle kracht en macht aan het werk zetten, hun eigen lijn gaan zoeken, van zich afwerpend de koppige ideeën van den Führer en zijn geestverwanten, zich een eigen, nieuwe toekomst makend. Spr. verzocht het tribunaal vooral in deze zaak de woorden van. prof. Van Hamel in overweging te nemen. Vervolgens wees de raadsman erop, dat zijn cliënt niet om de zaken heen gedraaid had, maar het hem ten laste gelegde volledig had bekend. Ten aanzien van de melding bij den Land storm lichtte de verdediger toe, dat besch. zich aanvankelijk gemeld had bij de Landwacht om bij de politie te komen; deze Landwacht is toen echter omgeschakeld in Landstorm. Zoo ging hij in compagniesverband mee naar Den Bosch, aldus pleiter. Tijdens de Duitsche bezetting echter was besch. nog tot de conclusie gekomen dat hij den verkeerden weg ging en hij heeft getracht hierin verandering te brengen. Jammer genoeg is hem dit niet geheel gelukt daar hij in een strafcompagnie mijnen moest gaan leggen bij Wijk bij Duurstede. Dit was echter onder andere omstandigheden dan „vrijwillig”. Spr. hoopte over 14 dagen op vrijlating. Uitspraak 25 Maart 9.30 uur.




Uitspraak 26 maart 1947

Joh. A. in ‘t Veld, landbouwer te Westmaas: interneering tot 8 Mei 1948, ontzetting uit beide kiesrechten, alsmede het recht ambten te bekleeden en bij de gewapende macht te dienen

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.