1947 – Hij bleef halsstarrig ontkennen

Facebooktwitter

Terug naar de indexpaginaUitleg over tribunaalverslagen in de krant

Gerrit Hagoort te Numansdorp

Aanklacht 9 april 1947

Gerrit Hagoort, veehandelaar te Numansdorp werd ervan beschuldigd, dat hij: van Dec. ’42 tot de capitulatie sympathiseerend lid van de N.S.B. is geweest; zich in Februari ’44 vrijwillig heeft aangesloten bij de landwacht Nederland en daarvoor uniform en geweer gedragen heeft; gewapend dienst gedaan heeft als landwachter bij een verkeersbrug te Gouda en in den zomer van ’44 aan een razzia in den Beerpolder te Oud-Beijerland, alsmede aan verschillende huiszoekingen en razzia’s in de Hoeksche Waard zou hebben deelgenomen. Besch. verklaarde sympathiseerend lid geworden te zijn, omdat hij meende dat de N. S. B. den boerenstand in een betere positie zou brengen. Dat hij toen lid geworden was van een instelling, die heulde met de Duitschers, was, zoo besch. zeide, nooit tot hem doorgedrongen. In Februari 1944 had besch. zich gemeld bij de landwacht. In Circulaires was hem, zoo hij verklaarde, voorgespiegeld, dat de landwacht de N.S.B.-leden beschermde en strijd voerde tegen den zwarten handel. Besch. zeide vijf instructie-avonden bijgewoond te hebben. Later zou hij het geweer en de uniform gekregen hebben. Dat hij te Gouda bij een verkeersbrug gewapend en gekleed in het landwachtersuniform had dienst gedaan bekende besch. Hij moest daar zoo hij zeide, passen controleeren. Op een vraag ‘van den voorzitter of besch. niet besefte, dat hij toen als een soort soldaat dienst deed tegen zijn eigen landgenooten, antwoordde besch., dat hij het geweer, dat hij bij zich droeg, niet eens kon hanteeren, afschieten of laden. Ook had besch. zoo hij zeide, nooit gehoord, dat Nederland na de capitulatie nog in oorlog was met Duitschland, noch iets van een Engelsche radio, een Nederlandsche regeering in Engeland of van het werk, dat onze vloot deed. Besch. ontkende, dat hij deelgenomen zou hebben aan een razzia in den Beerpolder of aan huiszoekingen en razzia’s in de Hoeksche Waard. Van een oud-landwachter Smitshoek van Strijen en van een zekeren Terstegen waren echter verklaringen, die het tegendeel inhielden. Besch. verklaarde eerst in September een geweer gehad te hebben en toen was hij nog slechts twee maal in de Hoeksche Waard geweest en wel met verlof. Halstarrig bleef besch. ontkennen, dat hij ooit aan een razzia of huiszoeking in de Hoeksche Waard had deelgenomen. Met het oog op zijn slechten gezondheidstoestand verzocht besch. onmiddellijke invrijheidsstelling. De broer van besch., met wien besch. samen boerde, verklaarde, dat zijn broer louter en alleen bij de N.S.B. gegaan was, omdat hij gedacht had, dat deze partij ervoor zou zorgen dat de aardappelen wat meer zouden opbrengen, de melk wat meer gaf en het vleesch wat duurder werd. Voorts legde deze er den nadruk op, dat besch. nooit in uniform en met geweer in de Hoeksche Waard geweest was buiten de twee malen, dat hij met verlof kwam. Ook vertelde hij nog, dat’ besch. het landwacht-geweer eerst niet had willen afhalen maar, nadat hij verschillende dreigbrieven had gekregen, bang geworden was en het toch gehaald had. Nadat het tribunaal in raadskamer vergaderd had, deelde het mede, dat het beschuldigdes verzoek tot onmiddellijke invrijheidsstelling niet kon inwilligen. Het tribunaal achtte het onderzoek in deze zaak niet volledig en stelde de zaak tot nader te bepalen datum uit.

   

Zaak aangehouden 30 april 1947

In de zaak tegen G. Hagoort, veehandelaar te Numansdorp, wien o.a. ten laste gelegd was, dat hij aan razzia’s en huiszoekingen in de Hoeksche Waard zou hebben deelgenomen, kwam thans als getuige E. Tersteegen, welke destijds had verklaard, dat Hagoort bij verschillende van deze gelegenheden, evenals hij, aanwezig geweest was. Onder eede legde getuige thans dezelfde verklaring af. Besch. bleef echter halsstarrig ontkennen ooit mee op patrouille geweest te zijn of razzia’s of huiszoekingen meegemaakt te hebben en mr. Leopold, de verdediger, achtte het evenals het tribunaal het beste de zaak uit te stellen om nog een tweede getuige te hooren, die dezen dag niet aanwezig kon zijn.

Zaak aangehouden 13 mei 1947

In de zaak tegen C. Hagoort te Numansdorp, die al enkele malen voor geweest is, verscheen thans getuige Smitshoek, die verklaarde een gesprek gevoerd te hebben met besch. toen zij, met verschillende andere landwachters, op Den Beer waren teneinde een razzia te houden. Besch. hield echter halsstarrig vol getuige voor het eerst te Dordrecht gezien en gesproken te hebben. Getuige Van der Giesen verklaarde besch. niet gezien te hebben bij de Beer-razzia. Hij kon echter niet verklaren, dat besch. er helemaal niet bij geweest zou zijn. De verdediger, mr. Leopold, achtte het nog geheel niet bewezen, dat besch. wel aanwezig geweest zou zijn bij de meergenoemde razzia. De getuigenverklaringen waren erg zwak geweest, vond spr. De ene getuige „wist het niet zeker”, de andere „kon het niet met zekerheid zeggen”, enz. terwijl besch. zelf halsstarrig volhoud, nooit deelgenomen te hebben aan een of andere razzia of huiszoeking. Spr. achtte dit ook heel waarschijnlijk, daar besch. een maagpatiënt is terwijl het, vervolgde spr., wanneer besch. toch aan dergelijke handelingen zou hebben deelgenomen dan wel te verwonderen is dat geen enkele inwoners van de Hoeksche Waard (want besch. is toch geen onbekende) een klacht tegen besch. heeft ingediend. De raadsman vond het wel begrijpelijk, dat besch. zich had gemeld voor de Landwacht. Hoewel hij maagpatiënt was had hij zich aan-gesloten om niet stil te staan terwijl om hem heen de symp. leden hielpen om „de zwarte handel tegen te gaan en te letten op een goede verduistering van de huizen”. Spr. legde de nadruk op besch’s ziekte, die de detentie voor hem zwaarder maakt dan voor een normale delinquent en verzocht een dusdanige beperking van de straf, dat besch. vandaag nog naar huis kon zaan. Het tribunaal achtte hiertoe geen termen aanwezig en bepaalde de uitspraak evenals die van de vorige zaken, op 20 Mei a.s.

Uitspraak 21 mei 1947

C. Hagoort, veehandelaar te Numansdorp : internering tot 31 December 1947. Voorts ontzet uit het actief en passief kiesrecht, het recht om openbare ambten te bekleden en hij de gewapende macht te dienen

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *