1946 – In het Duitsche leger om vooruit te komen

Facebooktwitter

Terug naar de indexpaginaUitleg over tribunaalverslagen in de krant

B. Groeneweg te Westmaas

Aanklacht 26 juni 1946 

Den chauffeur B. Groeneweg te Westmaas werd ten laste gelegd, dat hij van januari 1942 af tot aan de capitulatie vrijwillig in Duitsland heeft gewerkt; dat hij zich in 1942 heeft gemeld voor dienstneming in het Duitsche leger, en dat hij zich in 1943 als sportmeester heeft aangemeld bij de S.S., waar hij 8 weken opleiding zou hebben gehad. G. bestreed de juistheid van de dagvaarding. Naar hij verklaarde was hij niet in 1942 naar Duitschland vertrokken maar in 1941. Hij gaf toe dat hij zich voor het Duitsche leger heeft laten keuren, maar wees er op, dat hij afgekeurd was. Wat de aanmelding als sportmeester betreft zeide hij, dat hij meende zich te kunnen opgeven om aan de buitenlandsche arbeiders sportles te geven. Tijdens zijn opleiding in Avegoor was hij ontslagen en alles bij elkaar was hij maar enkele weken in opleiding geweest, zoo verklaarde hij. Lid of sympathiseerend lid van de N.S. B. was hij nooit geweest. Hij verklaarde naar Duitschland te zijn gegaan en zich bij het leger te hebben aangemeld, omdat hij daarin een mogelijkheid zag om vooruit te komen. Uit het verhoor bleek nog, dat G. tijdens een periode, waarin hij met verlof was, aan den Blaakschedijk menschen had aangehouden en persoonsbewijzen had gecontroleerd. Hij was toen gekleed in een blauw uniform en droeg een bajonet. Ten aanzien hiervan verklaarde G., dat hij maar één persoon had aangehouden. 

Uitspraak 10 juli 1946

B. Groeneweg, chauffeur te Westmaas: interneering met het advies aan de bevoegde autoriteiten deze te beperken tot 1 September 1948; verbeurdverklaring van de in beslag genomen goederen; ontzetting uit de beide kiesrechten en het recht om bij de gewapende macht te dienen.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.