2023 – Onderzoek naar Joods verleden in Oud-Beijerland

Bron: In de Hoeksche Waard Exclusief van 16 april 2024 stond onderstaand artikel (PDF downloaden: hwe-04-2024-joods-bezit-obl

Fraaie rapportage online beschikbaar

Onderzoek naar Joods verleden in Oud-Beijerland

Pieter Jan in ’t Veld en Alie van den Berg  van de Historische Vereniging Oud-Beijerland vertellen over hun onderzoek naar de gevolgen van een zwarte bladzijde uit de geschiedenis van de Hoeksche Waard. Onlangs publiceerden zij online hun bevindingen in een rapportage genaamd ‘Waar woonden Joodse Oud-Beijerlanders tijdens de Tweede Wereldoorlog? Wat is er met hen gebeurd en met hun bezittingen?’

Wat was de aanleiding van jullie onderzoek?

Alie vroeg zich altijd al af hoe Vishandel Van der Steen ooit terecht was gekomen in het pand van slager Rood. Tijdens een algemene cursus kadasteronderzoek hebben we dit pand daarom als voorbeeld aangehaald. Daar kwam zoveel informatie uit, dat zette ons aan het denken. We hebben toen een lijst gemaakt waar alle Joodse inwoners van Oud-Beijerland woonden.

De zwarte dag was 14 augustus 1942, hoeveel Joden zijn er toen vertrokken uit Oud-Beijerland?

In 1941 bestond de Joodse gemeenschap nog uit 39 leden; van hen eindigden er 31 in de vernietigingskampen. Zij waren verdeeld over zeven families, maar ze vertrokken niet allemaal op die dag. Anderen waren eerst naar Amsterdam verhuisd en terecht gekomen in de door de bezetter gecreëerde Joodse wijk.

Zijn er na de oorlog nog personen terug gekomen die het hebben overleefd?

Niet meer dan acht joden overleefden de Holocaust, ze hebben zich niet in Oud-Beijerland gevestigd. Van de familie Hamme is alleen de vader overleden, bij de familie Ullmann heeft juist alleen de vader het overleefd. Bets van de Berg kwam via Amsterdam in Dordrecht terecht en is daar ondergedoken. Bij Bets ben ik ook wel eens langs geweest, maar over de oorlog wilde ze niet praten.

Als ik denk aan Joods bezit, dan gaat het over vastgoed, sieraden, geld…

Zeker, maar wat niet boven water is gekomen is de inboedel van de huizen. Niet bij de gemeente of andere bronnen zijn we hierover iets tegengekomen. In de tribunaalverslagen van net na de oorlog wordt er zijdelings wel eens over gesproken, maar als hoofdonderwerp kwam de inboedel nooit ter sprake. Een witte vlek in ons onderzoek.

Opportunisten zagen hun kans schoon toen het huis in de straat ineens leeg stond?

In het huis van Den Hartog in de Admiraal de Ruyterstraat is meteen politiechef en NSB’er Van der Tholen ingetrokken, een berucht persoon.

Hoe probeerden de Joodse families hun bezit veilig te stellen?

Sommigen voorzagen wat er ging gebeuren, zoals Hartog Koopman. Hij verkocht zijn onroerend goed aan Willem Smit, de directeur van de Waterleiding. Aan de andere kant had je slager Rood, die leverde zijn sleutels in bij de gemeente met de gedachte dat hij snel weer zou thuiskomen. De familie Ullmann gaf de meubelen in bewaring op diverse adressen, na de oorlog liet vader Ernst ze als enige overlevende veilen.

De afwezigheid van een mooie vooroorlogse foto van de synagoge van Oud-Beijerland is veelzeggend voor de chaos en de gevolgen destijds.

Er zijn inderdaad geen foto’s uit die tijd, en die moeten er wel geweest zijn. Winkelier Hijlckama Vlieg adverteerde lang voor de oorlog voor zijn verkoop van ansichtkaarten, waaronder een exemplaar van de synagoge. Het zou voor ons de vondst van de eeuw zijn. Er bestaat alleen een luchtfoto waarop de oude synagoge is te zien.  

Wat gebeurde er uiteindelijk met het pand van Rood?

Dokter Van Dongen kocht het van de Duitsers. Op zich vreemd, maar onderzoek wees uit dat hij eerste hypotheekhouder was van dat pand. Of hij wilde zijn bezit veilig stellen, of hij wilde het pand in bewaring houden voor de familie Rood. We gaan uit van het laatste.

Was er na de oorlog toezicht op dergelijke transacties?

Het Nederlandse Beheersinstituut (NBI) werd daarvoor opgericht. Het instituut beheerde de vermogens van tijdens de oorlog verdwenen personen, zoals gedeporteerde Joden. Ze hebben deze zaak van Rood onderzocht en na een kleine bijbetaling werd de verkoop gelegaliseerd. 

En wat is met de huizen van de andere families gebeurd?

Veel werd opgekocht door de NSB-er Simon Beijer, filiaalhouder van de wasmachinefabriek Velo aan de Oostdijk. Hij verkocht het snel door aan een handelaar in Rotterdam. Beijer kwam hiervoor voor het tribunaal en werd geïnterneerd tot 8 mei 1949.

Wat is er gebeurt met hun bezittingen?

In eerste instantie werd alles in beslag genomen door de Duitsers, ze verkochten de panden door alsof ze eigenaar waren. Na de oorlog werden door het Beheersinstuut bewindvoerders aangesteld voor een aantal families. Bezit werd toen terug gevorderd, daarna ging men op zoek naar familie. Voor wat betreft Oud-Beijerland is dit in alle gevallen gelukt, alles is hier correct afgehandeld.

En de synagoge?

Tijdens de oorlog werd deze als garage gebruikt. In 1947 werd het gebouw door het Joodse bestuur officieel overgedragen en in gebruik genomen als een schoolgebouw. Nog redelijk intact, alleen het hout van de plafonds en de vloeren was in de oorlog ontvreemd. Het kwam terecht in de opslag in de tuin van de NSB-er Simon Beijer, hij heeft het verkocht aan Van de Wetering.

Wat is in jullie ogen het mooiste pand van deze hele geschiedenis?

Het pand van Hartog Koopman, West-Voorstraat 11. Hier is meteen de Ortskommandant ingetrokken nadat het leeg kwam, daarna de Marechaussee en vervolgens de Rijkspolitie. Eind zeventiger jaren is het weer een woonhuis geworden.   

Wat vonden jullie het lastigst tijdens het onderzoek?

Het viel mee, we hoefden niet allerlei archieven te bezoeken. Alie had alle genealogie al een keer uitgezocht, dat is gecombineerd met het kadasteronderzoek van Pieter Jan. Het bleek redelijk eenvoudig in elkaar te schuiven, binnen vier maanden konden we de rapportage afronden.

Kwam jullie niet in conflict met het heden? Nazaten van deze ellendige geschiedenis kunnen nu nog steeds in het dorp wonen.

Daar hebben we niet naar gekeken. We konden beschikken over het persoonlijke archief van Koos Schipper, hij was werkzaam bij de gemeente Oud-Beijerland. En alle verslagen van de tribunaalzittingen zijn met naam en toenaam vanaf 1946 al gepubliceerd in de krant. Zo is bijvoorbeeld te lezen dat Beijer het betreurde dat hij niet aan het bezit van Hartog Koopman kon komen, die had het immers tijdig doorverkocht aan zijn vriend Willem Smit.

Is soortgelijk onderzoek naar deze geschiedenis ook in andere plaatsen gedaan?

Landelijk heeft het momenteel veel aandacht om te onderzoeken wat de gemeentelijke rol is geweest in deze affaire. Ook in De Hoeksche Waard, ons onderzoek geeft wat dat betreft antwoord op alle vragen hier. In Amsterdam loopt een heel groot onderzoek naar ‘besmette’ huizen, bij ons is het veel kleinschaliger natuurlijk.

Zijn jullie tevreden over het eindresultaat?

We zijn zeker tevreden, we hebben gevonden wat we zochten en gepubliceerd wat we wilden. Het kan natuurlijk wel zo zijn dat er over dertig jaar weer aanvullende informatie boven water komt, dat is onvermijdelijk bij dit soort onderzoek.    

Rapportage downloaden

U kunt het PDF-document met alle bevindingen downloaden via de website van de Historische Vereniging Oud-Beijerland (hvobl.nl) en via dit artikel op deze website: Wat gebeurde er met het Joodse bezit in Oud-Beijerland?

Alie van den Berg en Pieter Jan in ’t Veld

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *