‘Vereniging Juliana’ uit ‘s-Gravendeel in WO2

Facebooktwitter

TAMBOERS- EN PIJPERSKORPS JULIANA ‘s-GRAVENDEEL  IN DE TWEEDE WERELDOORLOG

Door Niels Robbemont, eerder gepubliceerd in Juliana Klanken,  47e jaargang, nr. 1 april 1995 en nr. 2 mei 1995.

Op dinsdag 5 mei 2020 herdenken we dat het 75 jaar geleden is dat Nederland werd bevrijd van de Duitse bezetting. 25 jaar geleden, bij de herdenking van 50 jaar bevrijding, kwam bij mij de vraag op hoe Tamboers- en Pijperskorps Juliana ’s-Gravendeel eigenlijk de Tweede Wereldoorlog heeft beleefd. Ik ben toen in de jaarverslagen van onze vereniging gedoken en heb enkele oud-leden van onze vereniging die de Tweede Wereldoorlog hebben meegemaakt – Anko Schuuring, Toon den Hartog en Aart van der Wulp – geïnterviewd. Vervolgens heb ik getracht een en ander op papier te zetten. Resultaat is een verhaal over “Juliana” in de Tweede Wereldoorlog in drie delen: Bezetting, Verzet en Bevrijding.

BEZETTING

Het Tamboers- en Pijperskorps Juliana ‘s-Gravendeel heeft de oorlog aan den lijve ondervonden. De narigheid begon al in de zomer van 1939. De maand augustus begon zo mooi: op 5 augustus 1939 vierde het korps haar tienjarig bestaan. Nadat het korps een jubileummars door het dorp had gemaakt werd het korps door de voorzitter van de Oranjevereniging, Dokter Sissing, toegesproken en kreeg het als geschenken van de bevolking van ’s-Gravendeel twee troms, een staalspel en een tamboermaîtrestok aangeboden. Op 7 augustus 1939 trad het korps weer aan en werd medewerking verleend aan een allegorische optocht in ’s-Gravendeel ter gelegenheid van de geboorte van Prinses Irene. Dit zou echter het laatste optreden zijn dat het korps in volledige bezetting voor de oorlog zou uitvoeren.

Op 28 augustus 1939 werd de algehele mobilisatie van het Nederlandse leger afgekondigd: 10 leden van “Juliana” werden opgeroepen om hun militaire dienstplicht te vervullen. Dit was een hele aderlating voor het korps. Het bestuur moest hierdoor besluiten om op Koninginnedag, 31 augustus 1939, niet op te treden. Ook de jaarlijkse uitvoering gepland in de maand november 1939 werd afgelast. 

Als klap op de vuurpijl moest men ook nog de vaste repetitieruimte van het korps verlaten. “Ons Gebouw”, dat toen nog eigendom was van de Nederlandse Hervormde gemeente, werd door de Nederlandse

Strijdkrachten gevorderd als Christelijk Militair Tehuis. In het voorjaar van 1940 werden in ’s-Gravendeel namelijk militaire eenheden van de “Groep Kil” gelegerd. 

De “Groep Kil” maakte deel uit van het Zuidfront van de Vesting Holland en moest het zuidelijke front, de noordoever van het Hollands Diep en de Nieuwe Merwede van de Haven van Numansdorp tot aan de Kop van ’t Land in Dordrecht verdedigen. Bovendien had de “Groep Kil” de opdracht het bruggenhoofd Moerdijk te verdedigen. De verschillende eenheden van de “Groep Kil” in de Hoeksche Waard waren in Puttershoek, Maasdam, Strijen en in ’s-Gravendeel gelegerd. In ’s-Gravendeel waren eenheden

(compagnieën) gelegerd van het 28e Regiment Artillerie en het 34e Regiment Infanterie. De commando post (chef staf) van de “Groep Kil” bevond zich in Puttershoek. De groepscommandant van de Artillerie bevond zich in ’s-Gravendeel.

“Juliana” verhuisde naar het pakhuis van A. Visser in de Kooijstraat en repeteerde daar gewoon door. Omdat Anko Schuuring zijn militaire dienstplicht moest gaan vervullen bedankte hij als bestuurslid. Het bestuur van “Juliana” zag er daardoor begin 1940 als volgt uit:  A.C. de Zeeuw (voorzitter), L. Mol (secretaris), J. de Zeeuw (penningmeester), W. de Zeeuw en J. Bax (bestuursleden).

Op dinsdag 30 april 1940 werd nog een mars door de gemeente gemaakt ter ere van de verjaardag van H.K.H. prinses Juliana. Het zou de laatste mars van “Juliana” worden voordat de oorlog uit brak. Vrijdag 10 mei 1940 was nog gepland jaarvergadering te houden. Hiervan is het echter niet meer gekomen.

In de vroege ochtend van de 10e mei 1940, om 04.00 uur ’s-ochtends werd de bevolking van ’s-Gravendeel gewekt door het motorgeronk van vliegmachines, die rond cirkelden boven Wieldrecht en de Moerdijk. Kort daarna vond een bombardement op Willemsdorp plaats, waar ook eenheden van de “Groep Kil” gelegerd waren, en kon men luchtlandingen van zeer veel Duitse parachutisten nabij de Moerdijkbruggen waarnemen.

De oorlog was begonnen. De Duitsers bezetten de Moerdijkbruggen en rukten op naar Dordrecht. De eenheden van de “Groep Kil” in de Hoeksche Waard moesten deze opmars zien tegen te gaan door met name het noordelijk bruggenhoofd van de Moerdijkbruggen met behulp van Artilleriestellingen te beschieten en met de verschillende compagnieën Infanterie de vijand bij Wieldrecht ter hoogte van de Dordtse Straatweg tot staan te brengen.

Om de troepenbewegingen van de vijand te verkennen werden waarnemingsposten ingericht op de kerktoren van de Nederlandse Hervormde Kerk en de Watertoren van ’s-Gravendeel. De oude Bewaarschool aan de Rijkestraat diende als commandopost.

Artilleriestellingen stonden opgesteld in de boomgaard van Verkerk in de Renooishoek en “Ons Gebouw” werd ingericht als noodhospitaal. 

Er werden rode kruizen op de muren en het dak van “Ons Gebouw” aangebracht. Als je goed naar de voorgevel van “Ons Gebouw” kijkt kun je nu nog zien waar de kruizen gezeten hebben.

De strijd om de Duitse bezetting van de Moerdijkbruggen zou vijf dagen duren. Ook ’s-Gravendeel kwam onder vuur te liggen waarbij verschillende woonhuizen, de kerktoren en de watertoren het moesten ontgelden. Ook de varkensschuur van Verkerk in de Renooishoek werd gebombardeerd. De bonken modder kwamen met zo’n kracht naar beneden dat het dak van “Ons Gebouw” zwaar beschadigd werd.

Een Engels verkenningsvliegtuig, gevlogen door Flying Officer George Slee van de Royal Airforce, werd op zaterdag 11 mei 1940 boven polder de Trekdam neergeschoten. De zwaar gewonde Engelse piloot werd naar het noodhospitaal “Ons Gebouw” afgevoerd. Hij overleed daar de volgende dag, 27 jaar oud, aan zijn verwondingen, ondanks wanhopige pogingen van dokter Sissing om zijn leven te redden. George William Slee is begraven op de Oude Begraafplaats van ’s-Gravendeel. Zijn naam staat op het Oorlogsmonument.

Dinsdag 14 mei 1940 kregen de Nederlandse troepen in ’s-Gravendeel de opdracht, na vijf dagen onophoudelijke strijd, zich via het veer NieuwBeijerland – Hekelingen naar Spijkenisse terug te trekken. Korte tijd daarna werd ’s-Gravendeel door de Duitsers bezet. Het leven van alledag werd in het dorp daarna zo goed en kwaad als het kon weer hervat.

Ook de repetities van “Juliana” werden weer opgestart. Men keerde weer terug naar “Ons Gebouw”, maar niet voor lang want de Duitsers namen het in het najaar van 1940 in beslag voor inkwartiering. Voordat de Duitsers “Ons Gebouw” in beslag namen kon nog net het orgeltje van het kerkkoor gered worden. 

De houten lessenaars van “Juliana” konden niet meer in veiligheid worden gebracht. Deze zijn tijdens de oorlog door de Duitsers in de kachel van “Ons Gebouw” verstookt. Ook hebben de Duitsers tijdens de oorlog nog een ruimte achter “Ons Gebouw” gebouwd dat diende als (gaar)keuken. Na de oorlog is deze ruimte weer afgebroken, maar fundamenten daarvan zijn nog steeds onder de parkeerplaats van Voorwinden naast “Ons Gebouw” te vinden. 

“Juliana” marcheerde tijdens de bezetting niet meer door de straten van ’s-Gravendeel, maar verleende nog wel haar muzikale medewerking aan het kerstfeest van de Christelijke Jeugd Centrale (CJC) in december 1940 en aan de jaarvergadering van de CJC in het voorjaar van 1941. In dat jaar werd door de Duitsers een verordening uitgevaardigd waarin het alle verenigingen die een naam droegen van nog in leven zijnde leden van het Nederlandse Koninklijk Huis verboden werd deze naam nog langer te dragen. Het bestuur van “Juliana” heeft toen nog overwogen de naam “Emma” aan te nemen. Zo ver is het echter niet meer gekomen.

Want kort daarna kwam er een tweede verordening waardoor alle muziekverenigingen verplicht werden zich bij de Cultuurkamer aan te sluiten. Daarmee kon en wilde “Juliana” zich niet verenigen. In overleg met de leden werd door het bestuur besloten om als korps in zijn geheel onder te duiken. Alle leden kregen de instructie mee om zuinig hun instrument te bewaren, zodat men na de oorlog meteen weer zou kunnen gaan repeteren. Dit zou echter nog vier lange jaren duren.

VERZET

Op 6 juni 1944 kwam er voor de bevolking van ’s-Gravendeel pas echt een perspectief op bevrijding, toen op D-Day geallieerde landingen plaatsvonden aan de kust van Normandië. In snel tempo rukten de geallieerde legers op en bevrijdden zij Frankrijk en grote delen van België. In september 1944 werden de eerste plaatsen in het zuiden van

Nederland bevrijd, en zette Koningin Wilhelmina na ruim 4 jaar, weer voet op Nederlandse bodem.

De bevrijding van Nederland hing in de lucht, en men dacht op “dolle dinsdag” dat men spoedig van de Duitsers verlost zou zijn. De geallieerde opmars in Nederland verliep echter niet voorspoedig: na een zware strijd om de brug bij Arnhem – “A bridge too far” –  moesten de geallieerden zich tijdelijk terugtrekken. De snelle opmars stagneerde, en na de Slag om de Schelde en een zware strijd om de bevrijding van Breda werden uiteindelijk op 7 en 9 november 1944 na hevige gevechten ook Willemstad en Moerdijk bevrijd. Het geallieerde front kwam daarmee aan het Hollands Diep te liggen. 

Met kerstmis 1944 werden de geallieerden in de flank aangevallen en moesten zij zich zwaar verdedigen tegen Duitse tankdivisies die in de Belgische Ardennen hun laatste offensief openden. De opmars kwam stil te liggen en bezet Nederland ging de hongerwinter in. Van november 1944 tot mei 1945 kwam de Hoeksche Waard in de frontlinie te liggen. Niemand mocht zonder toestemming van de Duitsers op of van het eiland komen. Men moest daarvoor een zogeheten “Passierschein” bezitten die ondertekend was door de Duitse Ortskommandatur. De zuidkant van de Hoeksche Waard werd tot spergebied verklaard en op tal van plaatsen werden Duitse verdedigingswerken opgericht. Er zijn nu nog steeds langs de Kildijk naar Strijensas in de Mariapolder en langs het fietspad van Willemsdorp naar de Kop van ’t Land op het Eiland van Dordrecht Duitse bunkers in het landschap te zien. 

In de Biesbosch werden door het verzet zogenaamde “crossings” met kano’s naar bevrijd gebied ondernomen. De ’s-Gravendeler Wim Baars heeft tijdens de oorlog samen met Wim Boot uit Puttershoek zo’n vijf overtochten door de Biesbosch van en naar bevrijd gebied in Brabant ondernomen. Zij waren als koeriers tussen het geallieerde leger in bevrijd gebied en het verzet in bezet gebied van onschatbare waarde en zijn daarvoor dan ook na de oorlog onderscheiden.

De leider van het verzet in ’s-Gravendeel was Anton Overhoff. Samen met Jan Liefaard, Jos van Zanten en Arie van Heessen leidde hij vier verzetsgroepen van 6 tot 8 man, die zelfstandig oefenden en opereerden en tot de bevrijding van elkaars bestaan weinig tot niets af wisten. Ook enkele leden van “Juliana” waren in het verzet actief: Toon den Hartog, Anko Schuuring en Aart van der Wulp maakten deel uit van de B.S..

De B.S. – de Nederlandse Binnenlandse Strijdkrachten – werden in september 1944 door de Nederlandse Bevelhebber der Landstrijdkrachten,

Z.K.H. Prins Bernhard, opgericht met als doel om de verzetsgroepen in Nederland te bundelen, te laten groeien, te bewapenen en militair te vormen. De B.S. bestond uit een strijdend en een niet strijdend gedeelte. Het strijdend gedeelte bestond voornamelijk uit mensen van knokploegen en had tot taak de geallieerde troepen bij eventueel optrekken of binnen vallen te steunen. Het niet strijdend gedeelte kreeg de naam Orde Dienst (O.D.) en werd direct na de bevrijding ingezet voor bewaking en het bewaren van de orde.

De B.S. werd over bezet Nederland in secties onderverdeeld. De Hoeksche

Waard behoorde tot de vijfde sectie en kwam onder het commando van Dordrecht. Geert van Twist – schuilnaam: Trees – was de commandant van de B.S. Dodrdrecht, en voor de sectie Hoeksche Waard werd een zekere De Vries – schuilnaam: Simon – als commandant aangesteld. 

De verzetsgroepen in de Hoeksche Waard bleven na de oprichting van de B.S. echter min of meer zelfstandig opereren. Anton Overhoff was de onbetwiste leider en inspirator van het verzet in ’s-Gravendeel. Het groeien, bewapenen en militair vormen van de verzetsgroepen gebeurde pas in de laatste zes maanden van de oorlog. Dit was niet eenvoudig omdat het in het geheim moest gebeuren, zonder dat de Duitsers en de bevolking er iets van merkten.

Anko Schuuring maakte deel uit van de verzetsgroep die oefende in de schuur van Vogelaar aan de Maasdamseweg. Als er een oefening was vertrok Anko ’s-avonds laat met een hengellat richting de Trekdam, zogenaamd om te gaan vissen. Via een omweg kwam hij dan ’s-nachts bij de schuur van Vogelaar aan, waar zij groep bijeen kwam om te oefenen. In de schuur die volgestouwd was met vlas kon men ongestoord oefenen in het schieten met buksen en geweren. 

Naast Anko Schuuring maakten ook Piet Aardoom, Aart Barth, Carel

Barth, Dirk Barth, Cor van den Berg, Co van Breda, Jos van der Feest en Henk Mol deel uit van de groep. Omdat Anko een militaire achtergrond had, gaf hij zijn groep wapeninstructie. Piet Aardoom gaf

gevechtsinstructie (judo en jiu jitsu) en lessen in zelf verdediging. Als de oefening ’s-morgens vroeg teneinde was ging Anko met zijn hengellat via de Trekdam weer naar huis terug.

Omdat Anko Schuuring op de gasfabriek werkte nabij het veer, en hij daardoor in staat was bij te houden wie er de pont op en de pont af gingen, werd hij door het verzet ook ingeschakeld om Duitse troepenbewegingen te signaleren en te rapporteren. Het verzet maakte hiervoor ook gebruik van het pakhuis van Smaal, dat naast spionagepost ook als onderduikruimte en oefenplaats voor het verzet fungeerde.

Toon den Hartog heeft met zijn verzetsgroep in het pakhuis van Smaal geoefend. Voor het leren hanteren en onderhouden van stenguns werd door zijn groep echter uitgeweken naar de blikken schuur van Kees Kooij aan de Molendijk, waar het wat rustiger was. Ook Aart van der Wulp, die in de verzetsgroep zat die geleid werd door Jos van Zanten, heeft in de blikken schuur aan de Molendijk oefeningen van het verzet bijgewoond.

De stenguns waarmee geoefend werd waren afkomstig van een zending wapens die door de gealieerden eind oktober 1944 waren gedropt in een weiland nabij de Zinkweg achter Oud-Beijerland. De gedropte wapens en munitie werden door leden van de Knokploeg Zinkweg op de boerderij van Traas in de tankwagen van de melkfabriek geladen. Piet Hollestein, de chauffeur van de tankwagen, zou de wapens afleveren op de boerderij van Vogelaar op Kuipersveer nabij Puttershoek. Er werd echter op die boerderij inkwartiering door de Duitsers verwacht en daarom week men uit naar ’s-Gravendeel. 

De wapens en munitie werden gelost op de boerderij van Krijn Kooij aan de Maasdamseweg. Een deel van de wapenzending werd verspreid onder de verzetsgroepen in de Hoeksche Waard, de rest ging door naar het verzet in Dordrecht. 

Later volgden nog meer wapenzendingen. Zo haalde Arie van Heessen met zijn fiets wapens op bij het verzet in Dordrecht. Met zijn fietstassen volgeladen ging hij het veer over, dat door Duitsers van de Kriegsmarine werd bemand. Cor van den Berg bracht op de fiets ook eens een zending van 10 revolvers uit Oud-Beijerland mee en leverde die op klaarlichte dag bij Anko Schuuring thuis af.

In de nacht van donderdag 15 op vrijdag 16 februari 1945 werd door het verzet in ’s-Gravendeel ingebroken bij de smederij van Quirrijns, naast de Christelijke School aan de Langestraat, om Duitse geweren te stelen. Leen Barth, Pleun Sint Nicolaas, Kees Brouwer en Arie van Heessen braken in, terwijl Cor van den Berg en Wim Baars de wacht hielden. De inbraak slaagde, maar aan de geweren had men niets: zij waren defect en lagen ter reparatie in de smederij. Naar aanleiding van de inbraak sloeg echter bij de Duitse Ortskommandant in ‘s-Gravendeel, Walter Hammeke, de vlam in de pan. 

Hij zou inwoners van ’s-Gravendeel laten arresteren en wegvoeren als de gestolen wapens niet boven water kwamen. Het verzet besloot, om erger te voorkomen en omdat men toch niets aan de geweren had, de wapens terug te brengen. Vrijdagavond laat op 16 februari 1945 werden de wapens in een jute zak door Anton Overhoff, Cor van den Berg, Arie van Heessen, Leen Barth en Kees Brouwer teruggebracht naar het garagebedrijf van Aart Barth, waar Ortskommandant Hammeke verbleef. De zak met geweren werd voor de deur gelegd en er werd aan gebeld. Daarna maakte men zich snel uit de voeten. Gelukkig is deze mislukte verzetsactie voor de inwoners van ’s-Gravendeel zonder gevolgen gebleven.

Op zondagavond 18 maart 1945 werd het huis van Anton Overhoff door

Duitsers omsingeld. Anton werd gearresteerd en vastgezet in het huis van

Haima de Vries aan de Noord Voorstraat, waar de Duitse

Ortskommandantur gevestigd was. Ortskommandant Walter Hammeke liet Overhoff de andere dag op de fiets tussen twee bewapende Duitsers afvoeren naar Oud-Beijerland, alwaar hij door de S.D. – Sicherheitsdienst – ondervraagd zou worden. 

Jan Liefaard, Piet de Zeeuw en Aart van der Wulp zijn Overhoff en zijn

Duitse bewakers nog nagefietst. Men had de gebroeders Snel uit Puttershoek gewaarschuwd en het plan opgevat om Anton Overhoff tussen de Blaaksedijk en Heinenoord te bevrijden met wapens uit Puttershoek. 

De wapens zijn echter nooit aangekomen, en Overhoff gaf met gebaren op zijn fiets al aan dat hij het zelf wel zou opknappen en men niets moest ondernemen. Op de Oostdijk in Oud-Beijerland trapte hij ineens tegen het achterwiel van één van zijn bewakers, die daardoor van zijn fiets viel. In de consternatie die toen ontstond wist Overhoff te vluchten. De Duitsers probeerden hem al schietend tegen te houden. Een negenjarig meisje uit Oud-Beijerland is toen door het geweervuur van de Duitsers dodelijk geraakt. Uiteindelijk slaagde de vluchtpoging van Overhoff. Via een omweg wist hij weer op ’s-Gravendeel te komen waar hij, zij het ondergedoken, zijn verzetswerk kon voortzetten.             

BEVRIJDING

De bevrijding liet gelukkig niet lang meer op zich wachten. Op vrijdagavond 4 mei 1945 werd op de radio bekend gemaakt dat de Duitse troepen in Nederland zich hadden overgegeven, en dat de capitulatie de volgende morgen om acht uur van kracht zou worden. In ’s-Gravendeel heerste een uitbundige stemming. In sommige straten stonden de mensen al te dansen op straat. De Duitse Ortskommandant moest hier echter niets van hebben en schoot met zijn revolver op een feestvierende menigte in de Langestraat. Cees van der Linden, lid van de B.S., is toen in zijn hiel geraakt. Diezelfde avond nog ging Bas Koomans alle leden van de B.S. langs met de mededeling dat ze ’s-ochtends vroeg op moesten komen.

Zaterdag 5 mei 1945, om vijf uur ’s-morgens, het was nog donker en druilerig, regenachtig weer, kwamen de leden van de B.S. in ’sGravendeel in de schuur van Jan de Heus aan de Kerkstraat bijeen om hun wapens en instructies te ontvangen. B.S. armbanden en stenguns werden uitgedeeld en tegen het ochtendgloren gingen de eerste patrouilles van de B.S. het dorp in. Men moest nog voorzichtig zijn want de Duitsers en hun Ortskommandant Walter Hammeke bevonden zich nog op het dorp in de Nest.

De dorpsomroeper deed al vroeg zijn ronde en riep de bevolking op om naar het gemeentehuis aan de Zuid-Voorstraat te komen. Vanaf het balkon werd daar door waarnemend burgemeester G. Visser de proclamatie van de bevrijding van Nederland voorgelezen. Dezelfde morgen werd door de B.S. de Christelijke School aan de Langestraat ingericht als kazerne. ’s-Gravendeelse N.S.B.-ers werden opgepakt en in afwachting van hun berechting in de school in verzekerde bewaring gesteld. De Duitsers werden bijeen gehouden in de Groene Kruissstraat. De voor- en achterkant van de straat werden eerst door B.S.-ers en later ook door Canadezen bewaakt. Voordat de bewaking in trad was Ortskommandant Walter Hammeke echter al gevlucht. Hij is korte tijd later elders gearresteerd.

Nu de bevrijding eindelijk een feit was kon het Tamboers- en Pijperskorps “Juliana” eindelijk nieuw leven in worden geblazen. De bestuursleden verwittigden de leden, en op maandagavond 7 mei 1945 werd er door het korps onder leiding van A.C. de Zeeuw weer voor het eerst gerepeteerd in de schuur van Rook Verkerk in de Renooishoek. Dezelfde avond werden bij het oude veer vier meisjes kaalgeknipt die tijdens de bezetting met de Duitsers waren omgegaan.

De ’s-Gravendeelse bevolking was die avond ook in afwachting van de komst van de eerste geallieerden. Pas tegen half elf arriveerden de eerste  Canadezen op het dorp. Enkele jeeps kwamen vanaf de Smidsweg het dorp binnenrijden en reden via de Zuid-Voorstraat, Beneden Strijensedijk en Rijkestraat naar de Christelijke School aan de Langestraat, alwaar zij werden opgewacht door een erewacht van de B.S.. Vier Canadese officieren van de afdeling Artillerie der Eerste Canadese Divisie inspecteerden de erewacht. 

De Canadezen die de voorhoede vormden van een grotere groep werden ingekwartierd bij particulieren en op de boerderij Dordwijk van Aart de Zeeuw aan de Maasdamseweg. Er moeten in ’s-Gravendeel zo’n 700 Canadezen met ongeveer 140 voertuigen zijn geweest. 

Op woensdag 9 mei 1945 werd door “Juliana” onder grote publieke belangstelling, voor het eerst na vijf jaar, weer een mars door het dorp gemaakt en speelde men voor de commandant van de Canadese troepen in ’s-Gravendeel.

Vrijdag 11 mei 1945 liep het dorp weer uit. Maar deze keer voor een droeve gebeurtenis: de begrafenis van Jaap van Breda.       

Jaap van Breda was een 20-jarige student die tijdens de oorlog was ondergedoken bij de familie Vogelaar. Op zondag 6 mei 1945 was hij tijdens een triomftocht van een groep B.S.-ers in Mijnsheerenland door een geweerschot van een Duitser dodelijk geraakt en aan zijn verwondingen bezweken. 

Zijn begrafenis vond plaats vanaf het huis van de familie Vogelaar aan de Maasdamseweg. De B.S.-ers Toon den Hartog en Anko Schuuring liepen met twee omfloerste troms van “Juliana” vooraan in de begrafenisstoet. Daarachter volgde de gewapende escorte van de B.S. uit ’s-Gravendeel. De lijkwagen werd begeleid door B.S.-ers uit Mijnsheerenland, die Jaap van Breda ook naar zijn laatste rustplaats droegen. 

Op de Oude Begraafplaats aan de Kerkstraat werd Jaap van Breda met militaire eer, compleet met saluutschoten, begraven. De Canadese leger aalmoezenier sprak ter bemoediging enkele woorden op het graf. De begrafenis werd ook bijgewoond door burgemeester Van Heessen en de gereformeerde predikant ds. Spier. De naam van Jacob van Breda staat boven zijn laatste rustplaats op het Oorlogsmonument vermeld.

Vanaf zaterdag 12 mei 1945 werd de spertijd opgeheven. Er werd die dag ’s-middags een voetbalwedstrijd gehouden tussen een elftal van de B.S. en een plaatselijk elftal. ’s-Avonds was er een volkszangavond op de wei tegenover het voetbalveld aan de Maasdamseweg waaraan ook door “Juliana” medewerking werd verleend. 

Op maandag 14 mei 1945 werden de Duitsers, tot ieders genoegen, door de Canadezen uit het dorp weggevoerd. 

Vrijdag 29 juni 1945, op de verjaardag van Z.K.H. prins Bernhard, werd de bevrijding van Nederland massaal gevierd. “Juliana” marcheerde  ’s-morgens om half acht met de schoolkinderen af naar het feestterrein. ’s-Middags werd deelgenomen aan een allegorische optocht en ’s-avonds werd door het korps een concert gegeven op de muziektent in de Kreek.

Op 24, 25 en 26 juli 1945 werd “Ons Gebouw”, dat tijdens de bezetting door de Duitsers in gebruik was genomen, feestelijk heropend. Op deze avonden die ten behoeve van het aflossingsfonds van “Ons Gebouw” gehouden werden, werd door “Juliana” belangenloos muzikale medewerking verleend. De repetities van “Juliana” konden vanaf die tijd weer normaal in “Ons Gebouw” doorgang vinden. Bestuur en leden konden zich gaan richten op de opbouw van het korps in een nieuwe tijd.

Aan het begin van dit jaar, 2020, dachten wij in Nederland nog steeds in vrede en vrijheid te kunnen marcheren, musiceren en repeteren. En dat het 75 jaar na de bevrijding van ons land nog steeds vanzelfsprekend is dat wij daarbij kunnen gaan en staan waar wij willen. Dat dit echter niet vanzelfsprekend is hebben wij de afgelopen maanden moeten ervaren. Om stil van te worden en stil bij te staan als wij op 4 en 5 mei 2020, tegen de achtergrond van de huidige coronacrisis, anders dan in andere lustrum jaren, de bevrijding van ons land gaan herdenken en vieren.

2 Comments

Add a Comment
  1. Geweldig verhaal Henk. Mooi dat je het hier mocht overnemen!!

    1. Zo is het maar net Klaas!

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *