1967 – Commandant roept oud-strijders bijeen

Facebooktwitter

Bron: Het Zuiden, 9 maart 1967

Commandant roep oud-strijders bijeen

Reünie herinnert aan gevechten om Barendrechts Brug

Drie schoten uit het pantserafweergeschut opzij van de brug; de eerste pantserwagen vliegt in brand: dwars op het wegdek verspert hij de doorgang voor oprukkende Duitse troepen. Bij het vierde schot van het geschut valt het schuin achterover van de brug in het water. Hoog boven in de overspanning van de brug knettert droog een machinepistool…!

Mei 1940: ,,We waren gelegerd in Roosendaal. Bij de Belgische grens”, vertelt reserve kapitein A.J. Dorreman. ,,Vreemde zaak eigenlijk, want niemand verwachtte de vijand uit deze richting. Reden waarom velen werden verdacht van verraad  toen versperringen op last van de legerleiding in deze streken dienden te worden aangelegd. Zeer vreemde zaak, waarvan wij immer iets hebben begrepen. Immers de hulp van de geallieerden moest uit deze richting komen?”

Kapitein Dorreman zegt het met enige schroom: ,,Er was veel wat niet begrepen kan worden. Soms leek het doorgestoken kaart. De aanwezigheid van de vijand achter de linies bijvoorbeeld, het geschut waarvan hij gebruik maakte, het ontbreken van munitie en voedsel bij onze troepen. Ja….er waren zelfs onderdelen die daags voor de oorlog uitbrak hun wapens voor onderhoud en reparatie naar delft hadden gestuurd. Onbegrijpelijke zaken allemaal. Maar gevochten is er. Bijzonder hard hebben de jongens in die dagen gewerkt om koste wat kost te voorkomen dat strategische punten als bruggen en veren in handen van de invaller kwamen. Het heeft weinig mogen helpen…!”

Kapitein Dorreman vertelt het allemaal op zeer aanschouwelijke wijze. Zelfs de destijds gebruikte terreinkaart komt er bij de pas! ,,Je zult het niet geloven maar van Roosendaal trokken wij terug op het water. Order van boven af. Dwars door de polders en de grienden hier in de Zegepolder zag het wit van de parachutes. Ze zaten overal. Met daarbij nog de vluchtelingen en de krijgsgevangenen. Voor ons was het op dat ogenblijk een onoplosbare zaak geworden, die ook door onze commandant majoor A.G.C. Reijers, niet een, twee, drie kon worden opgelost. Trouwens, we moesten terugtrekken op de noordelijke oevers van de rivier om richting Grebbeberg te gaan. Maar hoe kwamen wij met onze voedsel- en munitietrein over het water nu pont en ander watervervoer was stilgelegd vanwege de door de Duisters uitgeworpen magnetische mijnen? Het was zwemmen geblazen. Zwemmen met achterlating van onze munitie- en onderhoudstrein: Zwemmen terwijl de kogels op het water ketsten. We zijn allemaal overgekomen en dat is op zichzelf al meer dan wonderbaarlijk. Helaas verloren we bij de Barendrechtse brug 23 man. Voor onze uitgedunde gelederen een zeer zwaar verlies!”.

,,Nu, zevenentwintig jaar later ondergaan we nog steeds de gebeurtenissen van die dagen, als we voor het gevallenenmonument op de brug staan”, zegt de heer Dorreman. De geruchten gingen de oorlog vooraf. Niemans geloofde het. ,,Ook niet op de departementen waar toch herhaaldelijk werd gewezen op de aanwezigheid van veel, bijzonder veel Duitsers,” zegt een van de oudgedienden, die eerder werkzaam in een van de vliegtuigfabrieken, later soldaat was in de verdedigingslinie rond de Maasstad. ,,Door het ontbreken van een goede organisatie was het voor de top in de legerleiding zelfs onmogelijk een juist beeld van de oorlogssituatie te vormen. De wildste geruchten deden de ronden en vaak ging je maar op goed geluk!”

,,Een mooi voorbeeld van de infiltratie en de daardoor verwarde situaties is het telefoontje uit de Roozenstraat van Barendrecht”, zegt de heer Dorreman. ,,We moesten niet op de naderende pantserauto’s schieten”, aldus het telefoontje, ,,want dat zouden Hollandse pantserwagens zijn, die met een Oranje vlaggetje voorop moesten worden doorgelaten. Ik geloofde het niet erg omdat de Roozenstraat al lang door de Duisters was bezet en gaf daarom opdracht wel te schieten. Een van de eerste vier schoten op de pantserwagen was raak. De wagen tolde om zijn as, schoof dwars op de brug en vloog in brand, zodat de brug geblokkeerd werd. De andere pantsereenheden kwamen er niet door!” Is het een moeilijke zaak over deze oorlogsdagen te praten? Vaak ontloopt men een gesprek of gaat men er anderszins prat op in de oorlog te hebben meegevochten? Kapitein Dorreman schudt mistroostig het hoofd: ,,Ieder oorlog is verschrikkelijk voor alle betrokkenen, de burgers, de soldaten én de bevelvoerende officieren: de ene dag niet in staat een konijn voor de kerstmaaltijd te slachten schiet je de volgende dag op mensen met het duidelijke doel voor ogen te doden. Om van de bajonetten op het geweer in de gevechten in de grienden maar niet te praten. Nee, prettig om over te praten beslists niet. Het gaat trouwens nooit mee uit je geheugen  weg want zodra je er over leest of spreekt herleeft ieder facet van hetgeen je destijds meemaakte alsof het gisteren gebeurde. En wat te denken van de druk uit de eigen leiding. Was het niet zo dat een niet uitgevoerd bevel gelijk stond met desertie. Een zaak die in oorlogstijd met de kogel werd afgedaan. Je moet er maar voorstaan en tegen het eigen beter inzicht moeten handelen”.

Mei 1940: Het derde grensbataljon onder bevel van Majoor A.G.C. Reijers is gestationeerd te Roosendaal. Het had de opdracht om in geval van aanvallen uit het oosten van het land de bewaking van de brug bij Willemstad af te lossen. De tropen van Willemstad dienden terug te trekken op de Noordelijke oevers van het Hollands Diep teneinde vandaar uit de naderende troepen terug te slaan. Deze tactiek faalde grandioos! Al om vier uur in de ochtend waren de Duitsers in het bezit van de Waalhaven om in de direct daarop volgende uren ook Rhoon, Barendrecht en het veer bij Goidschalksoord te beheersen. De belangrijkheid van de Barendrechtse brug en de Velofabrieken waren echter reden voor de Commandant van Vesting Holland om zijn plannen te wijzigen en het 3e Grensbataljon over te brengen naar het Hollands Diep teneinde de Waalhaven te kunnen verdedigen. Toen het bataljon uit Willemstad – na het vernielen van de belangrijkste wegen en bruggen – wegtrok had een sterkte van vier tirailleurcompagnieën, twee secties zware mitrailleurs, een sectie mortieren en 2 secties pantserafweergeschut. Alle per fiets, te voet of per paard  en wagen met bestemming Puttershoek, Barendrechtse brug en Goidschalksoord. Het duurde tot de volgende dag – 11 mei – voor alle troepen over het water waren gezet. Kort daarop trokken de troepen op naar Waalhaven. Een zeer zware mars die ontaardde in grote paniek toen tijdens het eten vijandelijk mortiervuur werd geopend. Laagovervliegende vliegtuigen met machinegeweervuur leidden tot een vlucht naar de zuidelijke oevers van de Oude Maas. Intussen werd aan het derde grensbataljon opdracht gegeven de toegang tot de Barendrechtse brug te forceren  teneinde de tropen in de gelegenheid te stellen op te trekken naar het zuidoostelijk deel van de Waalhaven. .,, Een zaak die ondanks de verbeten pogingen van Hollandse zijde weinig resultaat had”, aldus het overzicht van de krijgsverrichtingen van de Koninklijke landmacht….,,want toen bij de Barendrechtse brug alles rustig bleek en alleen op de terreinen van de Velo-fabriek Duitse bezetting aanwezig was trachtten stoottroepen van de vierde compagnie – zonder verdere steun – de toegang tot de brug te nemen. Het enige dat hen steunde was beschieting van Duitse stellingen door rijdende artillerie. Het gevolg van deze beschieting was dat Duitsers een spervuur legden over de brug waardoor slechts één man het brug dek wist te bereiken. Het lukte de bevelvoerende officier niet zijn manschappen over de brug te krijgen. Totale verlies bij de Barendrechtse brug aan manschappen: Drieëntwintig man, waarvan vier man bij de aanval sneuvelden”.

,,Het was voor ons een moeilijke opdracht, die nog moeilijker werd toen ons ter ore kwam , dat ook de Moerdijkbruggen in handen van de vijand was gevallen”, zegt kapitein Dorreman, vergeelde foto’s en kaarten uit een blikken doos vissend. ,,Ze zijn wat vergeeld zie je, dit foto’s, want ze hebben in de oorlog onder de grond gezeten. We mogen het echter nooit vergeten”

Het wordt ook niet vergeten. Opzij van de Barendrechtse brug tegen de achtergrond van nieuwe fabrieken  en water staat het monument: ,,Op 20 mei willen we daar voor het laatst onze gedenkdag houden”, zegt de kapitein; ,,Over drie jaar zal dat niet meer kunnen want dan is het monument verplaatst naar de noordelijke over zie je: …vanwege verbredingen en het drukke wegverkeer”, zegt Waterstaat. ,,EIGENLIJK IS HET DAN ONS MONUMENT NIET MEER, WANT HET STAAT NU OP DE PLAATS WAAR DE JONGENS VIELEN! Het gaat er nu – bij deze laatste ontmoeting op de huidige plaats – om zoveel mogelijk oud-strijders bij elkaar te krijgen. Het ontbreken van adressen van toenmalige manschappen maakt het rondzenden van bekendmakingen en uitnodigingen moeilijk. Toch moet het niet zo moeilijk zijn, want ze woonden destijds allemaal in de omgeving van Rotterdam, de Alblasserwaard, Dordrecht en de Botlek. Eigenlijk zouden wij het liever nog van familie of hen zelf willen vernemen wat er van hen geworden is en waar zij verblijven….”

Dat was het weer: Oud-commandant Dorreman van 3GB, sluit de enveloppen en de doos met vergeelde papieren. ,, Zo op je vijfenzestigste ga je er onwillekeurig toch meer over nadenken”, zegt hij voor zijn neus weg: ,,Nee. Je kunt het eigenlijk niet vergeten!”             

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *