Jacob van Breda, † 6 mei 1945

Facebooktwitter

Jacob van Breda werd geboren te Amsterdam op 29 januari 1925. Hij was van beroep kantoorbediende en was woonachtig aan de Breestraat 191 te Amsterdam. Jaap staat vermeld op het monument ‘Moeder’.

Op 4 mei 1995 sprak Will van Velsen met twee zusters van Jacob (Jaap) van Breda (één van hen woonde sinds 1944 in Badhoevedorp). Will maakte onderstaande notities van dat gesprek.

Ze zijn de laatste 12 jaar niet meer naar ‘s-Gravendeel gegaan tijdens dodenherdenking, voor 1983 deden ze het wel. Na het overlijden van hun vader is het er niet meer van gekomen. Hun broer Co, die na de oorlog naar Canada is geëmigreerd, is op 4 mei 1994 overleden. Nu, met de 50-ste herdenking van de bevrijding, vinden ze het op hun plaats om aanwezig te zijn bij de dodenherdenking en de onthulling van de twee aanvullende monumenten. Ze hebben neven en nichten en een achterneef meegenomen.

Herinneringen aan Jaap

Jaap had zijn mulo-diploma gehaald en werkte daarna in de winkel van zijn ouders. Hij deed wat verzetswerk door het rondbrengen van illegale krantjes en werd toen opgepakt. Hij, en enkele neven van hem. Omdat zijn vader connecties had, is hij vrijgekomen. Hij was daar niet eens blij mee, want zijn neven en andere jongens van zijn leeftijd werden doorgestuurd en hij kwam vrij. Toen hij de oproep kreeg om in Duitsland te gaan werken, besloot hij onder te duiken. Hij dook eerst bij familie onder, bij zijn zuster die getrouwd was en hielp haar in de winkel. Daarna ging hij naar een tante. Het adres van Vogelaar in ‘s-Gravendeel kreeg hij via een Rotterdamse predikant. Hoe die predikant heet, weet Jaaps zuster niet meer. Het was een gereformeerde predikant, want Jaap was gereformeerd. Ook zijn onderduik ­gastheer was gereformeerd. Niet alleen Jaap dook onder, ook zijn broer. Co kwam terecht bij Van Nugteren, een slager in Numansdorp (* zie beneden).

Jaap zat in ‘s-Gravendeel in de verzetsgroep van Leen Barth, de groep die ging over de wapens. Ze deden diverse keren oefeningen met wapens, meestal in de schuur van Vogelaar. Na de bevrijding was Jaap in Mijnsheerenland en nam de wacht van iemand anders over. Hij bood zelf aan om wacht te houden. Dat was vlak bij een gebouw waar wapenoefeningen werden gehouden. Er wordt wel gezegd dat hij zijn stengun in de aanslag hield, maar dat is echt niet waar. Het moet een krankzinnige geweest zijn, die Duitser die hem doodschoot. De Duitser schoot drie kogels af, twee daarvan raakten Jaap, een in zijn rug en de andere in zijn hoofd. De derde kogel was bedoeld voor de tweede Nederlan­der die op wacht stond. Die kogel miste, maar de man viel wel achterover in een greppel, dat kwam van de druk. Op de foto’s zie je die man die wacht had gehouden, het is een magere man met een ingevallen gezicht. Zijn naam weten we niet meer. De Duitser die het schot heeft afgevuurd is wel gegrepen, maar later door de Canadezen vrijgelaten omdat zij geen moeilijkheden wilden in hun gebied. Zo is die misdadiger er gemakkelijk vanaf gekomen.

Het Proces Verbaal dat destijds werd opgemaakt staat hier: 1945 – Zuiver een koelbloedigen moord

Jaaps vader

Jaaps vader kreeg in Amsterdam bericht dat zijn zoon Jaap was gefusilleerd. Hij wilde het bijna niet geloven, maar hij besloot de volgende morgen vroeg op de fiets te stappen om samen met een van zijn dochters naar ‘s-Graven­deel te fietsen. Zijn dochter was 24 jaar en was net zes weken daarvoor beval­len van een kind. Dat kind werd thuis door haar man verzorgd. Vader en dochter reden de lange weg en kwamen bij Wieldrecht bij het veer aan. Ze wilden de pont opgaan, maar werden tegengehouden. “Wie zijn jullie en wat willen jullie”, werd er gevraagd. Ze zouden wel NSB-ers kunnen zijn. NSB-ers probeerden op grote schaal te verdwijnen. Ze moesten een duidelijke reden opgeven waarom ze naar ‘s-Gravendeel wilden. Meneer Van Breda zei dat hij bericht had gekregen dat zijn zoon gefusilleerd was. De bemanning van het veer had niets over een fusillade gehoord en weigerde te geloven dat vader en dochter dringend naar ‘s-Gravendeel moesten. Jaaps vader was erg moe en besloot even naar het café naast het veer te gaan. Er kwam een vrachtwagen met Canadezen aan bij de veerstoep. Die mocht wel het veer op. De militairen zeiden tegen Jaaps zus dat ze met hen mee mocht. Ze zei dat ze graag meeging, maar dat ze eerst haar vader ging halen, want die rustte uit in het café naast het veer. Toen ze met haar vader terug kwam, ging de lift niet door. De uitnodiging was alleen voor haar bedoeld. Vader en dochter wachtten lang. Steeds smeekten ze de mannen van de pont om hen toch over te varen, of, als ze dat niet wilden, naar Adriaan Vogelaar te bellen. Die zou hun verhaal bevestigen. Er werd geen aandacht aan hun smeekbeden gehecht. Maar toen kwam er een taxi aan. Daarin zat een andere zus van Jaap van Breda. Zij had een telegram gekregen uit ‘s-Gravendeel met het bericht dat Jaap was omgekomen. Zij was speciaal met een taxi opgehaald. Dank zij het bericht dat zij bij zich had, mochten ook vader en dochter met het veer naar de overkant. Ze bleven een nacht bij Vogelaar slapen. De volgende dag werd Jaap begraven. Jaap werd overgebracht uit Mijnsheerenland naar ‘s-Gravendeel en daar met militaire eer op de begraafplaats begraven. Omdat diezelfde dag op de weide naast de woning van Vogelaar een Canadese eenheid was neergestre­ken, waarbij een predikant aanwezig was, zochten enkele verzetsmensen contact met die eenheid. De Canadese predikant ging mee met de begrafenisstoet en bad aan het graf het Onze Vader in het Engels. Er was al een gedenksteen gemaakt op het monument dat zich op de begraaf­plaats bevond. Die gedenksteen was bestemd voor de mannen die in 1940 waren omgekomen. Nu werd ook Jaap daar begraven. Er waren velen aanwezig tijdens de begrafenis. Vader Van Breda sprak een dankwoord uit. Sindsdien is hij jaarlijks naar de dodenherdenking in ‘s-Gravendeel gegaan. Co is enige jaren later naar Canada geëmigreerd.

 [*]Die slager Van Nugteren woonde in de tijd dat Co bij hem was ondergedoken in ‘s-Gravendeel, namelijk op de bovenverdie­ping van de woning van zijn familielid Adriaan Vogelaar aan de huidige Maasdamseweg. Hij had zijn woning in Numansdorp moeten verlaten omdat deze gevorderd was door de Duitsers. Co was dus in ‘s-Gravendeel ondergedoken en niet in Numans­dorp.

Bij de foto’s: Op foto 3 lopen uiterst rechts de ouders van Jaap.

Begraafplaats ‘s-Gravendeel, 2020

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *