In de chaos van mei 1940 (deel 1 – Oud-Beijerland)

Facebooktwitter

In de chaos van mei 1940 (deel 1)

Bron: In de Hoeksche Waard Exclusief van 14 april 2022 stond onderstaand artikel (PDF downloaden: HWE-hwmei1940-deel1

Deel 1 – Oud-Beijerland

Op 18 juni 1940 rapporteerde burgemeester Diepenhorst van Oud-Beijerland desgevraagd over de gedragingen van de Nederlandsche militairen bij het uitbreken van de oorlog. Bij zijn verslag aan de Minister van Staat en de Commissaris der Koningin werden de verklaringen van de burgemeesters Hammer (Goudswaard, Piershil, Nieuw-Beijerland) en De Zeeuw (Numansdorp, Klaaswaal) toegevoegd. Samen met onderzoeksrapporten van enkele rijksveldwachters ontstaat een beeld van ontreddering en paniek, diefstal en defaitisme. Maar ook van roddel en achterklap, in een periode waarin werd getracht het land te verdedigen én het vege lijf te redden.

Gedragingen der officieren te Oud-Beijerland (door burgemeester J.C. Diepenhorst)

,,Bij het uitbreken van de oorlog was de staf ‘Groep Spui’ met als chef kolonel De Brauw aanwezig. In de nacht van 11 op 12 mei vertrok de gehele staf naar Numansdorp, zondagnacht werd in de Kronenburg artillerie opgesteld. Op maandag 13 mei ontstond een grote verwarring, waarbij van de leiding niet veel viel te bespeuren. Het vertrek geschiedde in de grootste haast. Een eerste luitenant der artillerie rukte de sterren van zijn kraag, terwijl anderen de chevrons (rangonderscheidingstekens) verwijderden. In zijn woning vulde de luitenant zijn veldfles met cognac. Het restant staat nog ter beschikking. Een drietal kanonnen die bij de kom der gemeente stonden, werden bij de algemene uittocht na een transport van tien minuten in de sloot gereden; de paarden werden in een perceel vlasland gejaagd. Na het vertrek werden in de Kronenburg verschillende militaire uitrustingstukken aangetroffen; waaronder 10 rijwielen en 10 à 12 geladen karabijnen. De leiding was absoluut zoek en niemand deed moeite om orde in de chaos te scheppen. Een officier, waarschijnlijk een groot-majoor der artillerie, kwam in de middag in een kleine auto aanrijden en werd aangehouden door een schildwacht die hem om het wachtwoord vroeg. Het antwoord: ,,Kerels, donder op, daar komen de Duitsers, maakt dat je wegkomt”. De 2 soldaten bleven echter plichtsgetrouw op hun post  en hebben geen gevolg gegeven aan de geheel misplaatste opmerking. Door enige personen zijn in de Kronenburg verschillende chevrons gevonden, welke daar neergeworpen waren. Deze zijn ingeleverd bij het stafkwartier. Een kelder in de woning van veldprediker Ds. Rijnsburger werd in de periode 10-14 mei gebruikt als bureau en kwartier door de staf Groep Spui. De veldprediker had met zijn gezin de woning verlaten. De kelder werd 11 mei verlaten zonder dat ze afgesloten werd, het perceel werd daarop in zijn geheel in gebruik genomen door een onderdeel van het 34e regiment Infanterie en is ten prooi geworden aan plundering. Liever sprak de prediker niet meer over deze zaak, omdat de aangelegenheid in den minne was geschikt. Voor opsporing van een ontvreemd kostbaar voorwerp, dat in de woning verstopt is teruggevonden, is echter de hulp der politie ingeroepen. De ontstemming over de houding en het optreden der officieren is algemeen, hetgeen temeer verklaarbaar is omdat geen enkele Duitser in de Hoeksche Waard aanwezig was, en in IJsselmonde men reikhalzend naar de hulp uit de Hoeksche Waard uitzag. De staf ‘Groep Spui’ is, naar mij is medegedeeld, van Oud-Beijerland gegaan naar Numansdorp, vervolgens naar Zuid-Beijerland, Piershil, Nieuw-Beijerland, Geervliet en weer terug naar Piershil. De terugtocht was een vlucht, waarbij van leiding geen sprake was. Dit wordt het beste geïllustreerd door de lange colonnes die bij het Nieuw-Beijerlandse veer aanwezig waren, en groot gevaar liepen om gebombardeerd te worden. Na de capitulatie, toen alles veilig was, keerde met terug naar Oud-Beijerland en werd bij monde van de officieren Kok en Timp de noodziekeninrichting als bureau gevorderd. Dit werd door mij pertinent geweigerd, verwezen werd naar enige andere gebouwen, waarmee tenslotte genoegen werd genomen.”                       

In een kader: 12 juni 1940: Vinding Chevrons

,,Door ondergetekende A. Weeda, gemeentebode alhier, zijn op 15 mei aan de kant en in de sloot verschillende chevrons gevonden, vermoedelijk afkomstig van sergeants en korporaals. Tevens zijn door mij nog enige chevrons in beslag genomen bij P. Maarleveld, wonende Baan no. 93, wiens kinderen ook enkele chevrons gevonden hadden in de Kronenburg. Na van het gevondene kennis te hebben gegeven aan de burgemeester, zijn op last van hem de bovengenoemde chevrons door ondergetekende gebracht bij het op dat moment bestaande stafkwartier ’t welk gezeteld was in de woning Oost-Voorstraat no. 103. Om algemene bekendmaking te voorkomen vroeg ik aldaar de commandant persoonlijk te spreken. Gevraagd werd of ik hem wel persoonlijk moest spreken, waarop ik als antwoord gaf dat dit strikt noodzakelijk was. Een sergeant verscheen die mij vertelde het wel met hem te kunnen afhandelen. Ik weigerde hem echter mededeling te doen van het gevondene. Hierop kreeg ik ten slotte een sergeant-majoor die zei dat hij de chef was en geen tijd had om praatjes te maken. Hierop overhandigde ik hem de chevrons en deed mededeling over mijn vinding. De sergeant-majoor was mij nu zeer dankbaar en betreurde het feit. Na enige dagen werden mij door G. Kraak, wonende Julianastraat 66, door hem gevonden chevrons ter hand gesteld die nog in mijn bezit zijn”.      

Boek ‘Mei 1940 – De strijd op Nederlands grondgebied’

Onder eindredactie van drs. P.H. Kamphuis en dr. H. Amersfoort werd het boek ‘Mei 1940, de strijd op Nederland grondgebied’ gepubliceerd. Sinds 1990 is deze publicatie te duiden als het standaardwerk over de meidagen. Het boek leverde felle discussies en zelfs (gewonnen) rechtszaken op. In elke volgende druk werd nieuwe informatie meegenomen en in de analyse betrokken.

In mei 1940 staan de Duitsers en de Nederlandse soldaten tegenover elkaar. Beiden zijn bang, maar de Duitser weet dat hij terdege is opgeleid, goede wapens en munitie heeft en dat hij geleid wordt door vakbekwame commandanten. Voor de Nederlands soldaat lag dat anders. Geruzie in de top van de krijgsmacht over het beste verdedigingsplan heeft zijn uitwerking ver naar beneden. Verveling terwijl toch oorlog dreigt, onduidelijke verplaatsingen, het ontbreken van kaarten, gebrek aan een goede nachtrustregeling, onregelmatige voeding, ontoereikende bevoorrading, half afgemaakte stellingen, slechte commandanten. Het leger kan defensieve operaties in voorbereidde stellingen over het algemeen goed aan, maar bewegelijke acties en vooral tegenaanvallen blijken, door de te korte diensttijd en het gebrek aan herhalingsoefeningen, teveel gevraagd. Goede verbindingen zijn er nauwelijks en het kader blijkt in de verste verte niet in staat het groter verband te overzien en hun eenheid daarin te leiden. Nogal wat eenheden raken in paniek als zij onder Duits vuur komen te liggen.

Volgende keer in deel 2: Numansdorp

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.