web analytics

Door de site te te blijven gebruiken, gaat u akkoord met het gebruik van cookies. meer informatie

De cookie-instellingen op deze website zijn ingesteld op 'toestaan cookies "om u de beste surfervaring mogelijk. Als u doorgaat met deze website te gebruiken zonder het wijzigen van uw cookie-instellingen of u klikt op "Accepteren" hieronder dan bent u akkoord met deze instellingen.

Sluiten

Teunis Koesveld, † 8 oktober 1944 – WO2 Hoeksche Waard
WO2 Hoeksche Waard

Teunis Koesveld, † 8 oktober 1944

Teunis Koesveld werd geboren op 5 oktober 1920 te Zuid-Beijerland als zoon van Leendert Koesveld (11 maart 1879, Goudswaard) en Teuna van der Heijden (3 juli 1880, Heenvliet). Op 20 april 1944 is hij in Piershil getrouwd met Niesje Jannetje van der Hoeven (7 december 1921, Zuid-Beijerland). Hij staat vermeld op het Monument Burgerslachtoffers WO2 Korendijk

Harde represailles

Teunis was met zijn vrouw Niesje woonachtig aan de Molendijk B 140 te Zuid-Beijerland toen in februari 1944 het gebied moest worden ontruimd. Vanaf het adres Biesbosch 61 te Werkendam zette hij zijn werkzaamheden als landarbeider voort. Toen hij op 16 mei 1944 onderweg was naar het land om de bieten te dunnen werd hij door de Duitsers opgepakt. Het bleek te gaan om een represailleactie, die werd uitgevoerd na enkele schermutselingen met het verzet.

Die schermutselingen begonnen op 14 april 1944, toen de 57-jarige bakkersknecht Wouter Smit samen met nog twee mannen bij het station Giessendam-Neder-Hardinxveld liep. Zij kwamen van een ledenvergadering van het Groene Kruis en passeerden kort voor spertijd twee Landwachters, Westdijk geheten, een vader en zijn zestienjarige zoon. Hun werd verzocht een persoonsbewijs te tonen. Wouter Smit hoorde het niet en liep door, waarop de zoon meteen het vuur opende. Vanaf niet meer dan een meter afstand kreeg Smit een schot hagel in zijn rug. Toen kort daarop de dokter ter plaatse kwam bleek de bakkersknecht al te zijn overleden. De jonge landwachter had zich toen al uit de voeten gemaakt. Wat hem bezielde is nooit duidelijk geworden, vermoedelijk wilde hij laten zien wat hij waard was. Het antwoord van het verzet kwam in de nacht van 9 op 10 mei 1944. Een knokploeg uit Sliedrecht liet een groep landwachters bij de Helsluis in de Zuid-Hollandse Biesbosch in een hinderlaag lopen. Tijdens een vuurgevecht vielen er aan de zijde van de landwacht twee doden: Okkerse uit Hardinxveld en Westdijk uit Sliedrecht, de vader van de zestienjarige schutter.

Op dinsdag 16 mei 1944 sloegen de Duitsers hard terug met een grote vergeldingsrazzia in Sliedrecht, Giessendam, Hardinxveld, Sleeuwijk, Werkendam en de Biesbosch. Hiervoor werden circa 2.500 leden van de Grüne Polizei, SS, en Wehrmacht ingezet. Het hele gebied werd uitgekamd en honderden jonge mannen werden opgepakt. Op 16 juni werden van deze ‘Merwedegijzelaars’ 212 personen in vrijheid gesteld en op 28 juni werden de nog aanwezige gijzelaars geselecteerd voor transport naar Duitsland. Op 6 juli werden op het allerlaatste moment nog eens 53 gijzelaars in vrijheid gesteld. In de nacht van 6 op 7 juli 1944 om 02.30 uur vertrokken ongeveer 650 gevangenen vanuit Kamp Amersfoort naar het treinstation. Aangekomen in Duitsland werd een deel van de gijzelaars naar Braunschweig gebracht, de rest ging veel verder Duitsland in. Teunis Koesveld, gevangene nummer 1153, en de eveneens uit Zuid-Beijerland afkomstige Arie Buitendijk kwamen terecht in het kamp De Kippe, maar waren niet in het zelfde gebouw ondergebracht. In dit beruchte kamp te Lippendorf-Kieritzsch, 24 kilometer ten zuiden van Leipzig, leefden de gevangenen als varkens. Ze werden ondergebracht in tentjes van hardboard met stro op de grond en met slechts één deken. Daar-naast kregen ze slecht en veel te weinig te eten. Het sanitair bestond uit een gat in de grond met daaroverheen een balk, waaromheen het krioelde van de maden. Ziek of niet, men diende zich altijd in de open lucht te wassen. Beide mannen werden in de plaats Borna tewerkgesteld in de bruinkoolwinning. In het bedrijf waar ze werkten werd motorbrandstof gewonnen uit bruinkool en werden van de overblijfselen briketten geperst voor verwarming. Er was de Duitsers veel aan gelegen de fabricage van de motorbrandstof op gang te houden. Dat was een hele opgave, want er ging geen week voorbij waarin er niet een of meer bombardementen plaats vonden.

Van de 650 gevangenen die op 7 juli 1944 op transport zijn gegaan zijn er tot en met mei 1945 circa 100 overleden ten gevolge van tuberculose, tyfus, ondervoeding, mishandeling en bombardementen. Dit aantal betreft alleen de officieel geregistreerde overledenen, het werkelijke aantal ligt waarschijnlijk hoger. Van de groep ‘Merwedegijzelaars’ keerden er 26 niet meer terug. Ook Teunis Koesveld is uiteindelijk overleden aan vergaande ondervoeding. Er waren dagen bij dat ze als eten niets anders kregen dan water met een koolstronkje erin. Hij stierf, waarschijnlijk in een soort ziekenhuis, aan de Lausicker Strasse 5 te Borna op 8 oktober 1944, drie dagen na zijn vierentwintigste verjaardag. Teunis Koesveld is in Bora begraven maar werd na de oorlog herbegraven. Om de Nederlandse oorlogsslachtoffers een waardige laatste rustplaats te geven, legde de Oorlogsgravenstichting in 1948 in de bossen ten zuiden van Apeldoorn het Ereveld Loenen aan. Dit nationale ereveld is op 18 oktober 1949 geopend door H.K.H. Prinses Wilhelmina.

Foto’s en afbeeldingen Teunis Koesveld

Pasfoto Teunis Koesveld

Anmeldung Lippendorf.

Ereveld Loenen.