web analytics

Door de site te te blijven gebruiken, gaat u akkoord met het gebruik van cookies. meer informatie

De cookie-instellingen op deze website zijn ingesteld op 'toestaan cookies "om u de beste surfervaring mogelijk. Als u doorgaat met deze website te gebruiken zonder het wijzigen van uw cookie-instellingen of u klikt op "Accepteren" hieronder dan bent u akkoord met deze instellingen.

Sluiten

Toen de oorlog begon: deel 3 (Oorlogsmisdaad) – WO2 Hoeksche Waard
WO2 Hoeksche Waard

Toen de oorlog begon: deel 3 (Oorlogsmisdaad)

Knipsel ‘Toen de oorlog begon – deel 3 (Oorlogsmisdaad)’ – AD Rotterdams Dagblad, editie Hoeksche Waard, 19 februari 2015

Het was gisteren op de kop af 70 jaar geleden dat bij Heinenoord tien mensen het leven lieten – voor verzetsdaden van anderen. Dat was op het einde van de Tweede Wereldoorlog, op 18 februari 1945. Sinds 20 mei 1950 staat hier Moeder, het oorlogsmonument dat werd vernoemd naar de kreet van één van de ge-executeerden. In deel 3 van de serie ‘Toen de oorlog begon’: Waarom werden zij doodgeschoten?

In het boek Uit trouw geboren van Albert Oosthoek wordt de aanleiding van deze represaille beschreven: de liquidatie van NSB-burgemeester M.A. Simonis van onder meer Piershil, waarbij altijd de naam van Theo le Grand wordt genoemd, een kopstuk uit het Hoeksche Waards verzet. Als represaille vonden in Heinenoord, exact op de plek waar Simonis’ lichaam werd gevonden, de tien executies plaats. De beschrijving van die zwarte dag is miniem; de herinneringen daaraan zijn te pijnlijk. Oud-verzetsstrijders zwijgen. Eén van de weinige getuigen was Pleun Rozendaal. Hij woonde in het nabijgelegen buurtschap Platte Reedijk. ,,Het was geen executie van allemaal op een rij en knal. De tien mannen werden opgesteld. Op een bepaald moment, waarschijnlijk toen ze snapten dat het menens was, probeerden sommigen nog weg te rennen. Het vuur werd geopend. Als eenden werden ze afgeschoten,” vertelde Rozendaal, allang overleden, talloze malen aan zijn familie. Lobke Brouwer sprak in 1998 als leerling van het Hoeksch Lyceum voor een geschiedeniswerkstuk met Mees Weeda en Ko van Strien. Beide mannen maakten destijds deel uit van de verzetsgroep Zinkweg. Brouwer nu: „Juist het dilemma tussen ‘het goede doen’ en de negatieve consequenties die dit kan hebben, leek mij iets heel moeilijks.” Weeda legde in Brouwers werkstuk uit waarom de burgemeester moest worden geliquideerd: „Simonis was een invaller, omdat burgemeester Hammer en het secretariepersoneel van Piershil en Nieuw-Beijerland ondergedoken waren. Het ging daar de verkeerde kant uit. Deze man dreigde veel schade te berokkenen.” Van Strien op zijn beurt vertelde de scholiere dat de gevolgen nog altijd bij hem doordreunden: „Als de groep had geweten wat het gevolg was van deze liquidatie, dan hadden we dit nooit gedaan. Die executie van tien mannen was en is voor de leden nog altijd heel moeilijk.” Theo le Grand, schuilnaam Joop, was de leider van de knokploeg Zinkweg, het kloppend hart van het verzet op het eiland. In 1941 was hij begonnen als wachtmeester bij de marechaussee en dook in september 1944 onder. In de winter van 1944-1945 werd hij ondergebracht bij de Piershilse veeverloskundige Kors Hollander. Diens zoon Gerard zocht Le Grand in 2005 op in Hellevoetsluis. „Hij ontkende iets te maken te hebben met de liquidatie. Enkele vrienden van hem waren veel spraakzamer,” zo kijkt Hollander terug op die ontmoeting. Hij hoorde dat Le Grand, die in 1997 overleed, allang bekend had te hebben geschoten; volgens zijn zeggen niet alleen. Met vijf man zouden ze hebben geschoten, maar slechts één geweer zou een kogel hebben bevat. De rest had losse flodders. Hollander: „Eén van die vrienden vertelde mij dat ze wisten dat dit verhaal onzin was. Theo deed het alleen, maar wil de waarheid niet zeggen, zo werd mij verteld.”

Andere publicaties op deze website over dit onderwerp:

1945 – De burgemeester moest sterven: klik hier

1946 – Het monument ‘Moeder’ te Heinenoord: klik hier

1998 – Interview met 2 leden van de groep Zinkweg: klik hier