web analytics

Door de site te te blijven gebruiken, gaat u akkoord met het gebruik van cookies. meer informatie

De cookie-instellingen op deze website zijn ingesteld op 'toestaan cookies "om u de beste surfervaring mogelijk. Als u doorgaat met deze website te gebruiken zonder het wijzigen van uw cookie-instellingen of u klikt op "Accepteren" hieronder dan bent u akkoord met deze instellingen.

Sluiten

Naschrift Groep Zinkweg – WO2 Hoeksche Waard
WO2 Hoeksche Waard

Naschrift Groep Zinkweg

In de Hoeksche Waard waren verschillende verzetsgroepen actief. De groep Zinkweg heeft 40 jaar na afloop van de oorlog zelf enkele verslagen geschreven over de diverse aspecten van het verzet. Zo werd er gepubliceerd over de onderwerpen ‘het illegale streekblad de Koerier’, de LO (Landelijke Organisatie voor hulp aan Onderduikers) en de KP (Knokploeg), BS (Binnenlandse Strijdkrachten) en SG (Strijdend Gedeelte). De complete rapportage werd afgesloten met een ‘naschrift’.

Naschrift

Ja de strijd was gestreden en veelal door jonge mensen. Wie waren dat? Niet de duizenden die na de oorlog in een overall met witte band tevoorschijn kwamen (zij zaten daar wel tussen). Niet een stelletje wilde knapen zonder verantwoordelijkheidsbesef. Geen avonturiers, geen revolutionairen die na de oorlog de boel omver wilden gooien zoals sommigen in Oud-Beijerland suggereerden, vermoedelijk uit angst voor hun posities.
Maar het waren mensen die zich gedurende enige jaren vanuit hun geloofsovertuiging of levensbeschouwing totaal hebben ingezet voor hulp aan medemensen en strijd tegen een monsterachtig systeem van terreur en moord.

Er zijn fouten gemaakt, natuurlijk. Het was voor hen ook geen normale tijd. Wie had er voordien ooit illegaal gewerkt , een krant gedrukt en uitgegeven, documenten vervalst, een inbraak of overval gepleegd enz. En dat allemaal in een sfeer van voortdurend de kans om gearresteerd en doodgeschoten te worden. Overal werd steeds gecontroleerd, bij bruggen en veren, op straten en wegen, op stations, in treinen en trams, in cafés en restaurants. Bij de geringste verdenking volgde ogenblikkelijk arrestatie. Bovendien moest gewerkt worden temidden van een voornamelijk ‘lauwe’ bevolking. De mensen waren wel anti Duits, maar vaak om materiele redenen. Alle levensbehoeften zoals voedsel, kleding, schoeisel, kolen enz. waren gedistribueerd en alleen op bonnen verkrijgbaar. Gebruiksvoorwerpen waren al spoedig helemaal niet meer te krijgen. Na een bepaalde tijd mocht niemand meer buiten komen. De woningen moesten worden verduisterd i.v.m. Engelse vliegtuigen. Koperen voorwerpen moesten worden ingeleverd voor de oorlogsproductie. Ook radio’s opdat niet meer naar de Engelse zender geluisterd kon worden. Postduiven werden in beslag genomen, fietsen auto’s, vee en landbouwproducten. Nederland werd leeggeroofd. Dan al die controles en ’s-nachts nog dat vliegen. Het was allemaal lastig en angstig.

En al was men in beginsel wel tegen het nationaal-socialisme, iets tegen de bezetter doen vond men veelal te gevaarlijk. Slechts een klein gedeelte der bevolking zette zijn anti-Duitse en anti-nationaalsocialistische gevoelens om in daden. “Het Verzet” heeft getracht die “Jan Saliegeest” te doorbreken. Enige regels uit een verzetsgedicht uit die tijd luiden: “Ik sla de trom en dreun de dromers wakker. Wie droomt verraadt zijn vrouw, zijn kind, zijn makker”. Die dromers wakker dreunen, dat is steeds weer opnieuw geprobeerd met illegale pamfletten, door verspreiding van de illegale pers en door artikelen in “De Koerier”. De toon was vaak fel en voor sommigen soms kwetsend, maar men leefde in een andere sfeer. Doch ondanks alles bleven velen tot het einde van de oorlog langs de kant staan, sommigen welwillend tegenover “het verzet”, anderen met veel critiek (de beste spelers staan altijd langs de lijn). Daarom grote hulde aan mensen die het “verzetswerk” wel durfden te steunen en daarmee enorme risico’s aanvaardden, zoals om enkele te noemen, de families Traas, Hage, van Bergeijk en van der Meer. En ook de distributie en gemeenteambtenaren die meewerkten, alsmede de mensen die onderduikers in huis namen en de huismoeders die hen verzorgden en de meisjes die hulpdiensten verrichtten enz.

Hoe kwamen mensen in “het verzet?” Dat ontwikkelde zich op velerlei manier, maar zeer belangrijk was hierbij “uit welk milieu kwamen zij?” Hoe was het thuis of in hun omgeving gesteld met opvattingen t.o.v. het nationaal-socialisme en de bezetter? Was men daar meegaand, koos men een middenweg of was men er fel tegen? Over het algemeen lag illegaal werk de gemiddelde Nederlander niet. Men was niet opgegroeid met liegen, inbreken, vervalsen enz. De discussie in de illegale pers of er bij een distributiekraak wel of niet geld mocht worden meegenomen spreekt voor zichzelf. De ambtenaren waren onkreukbaar en hadden altijd stipt hun werk gedaan. Ineens moesten ze saboteren, hun eigen werk verknoeien en handelen tegen hun instructies in. Die omschakeling was moeilijk. Velen lag dat niet en zij durfden niet. Maar dwars door alles heen gingen de verzetsgroepen hun weg. Een weg die zij zelf hadden gekozen en die naar hun heilige overtuiging de enige juiste was in de situatie waarin ons land verkeerde en in overeenstemming met de richtlijnen van de wettige regering in Londen.

Het was vaak een weg door diepe dalen. Vele vrienden hebben het met de dood moeten bekopen. Maar er zijn in die tijd ook banden gesmeed die niet meer stuk zijn te krijgen. De leden der verzetsgroep Zinkweg hebben na 40 jaar nog steeds contact met elkaar en op gezette tijden komen ze – voor zover nog in leven – bij elkaar. Verschillen in godsdienstige of politieke overtuiging hebben hierbij nooit een rol gespeeld. Na de oorlog heeft de groep zich naar alle kanten verspreid en door hard werken en studie zijn allen maatschappelijk goed terecht gekomen. Spijt van hun verzetswerk hebben zij nooit gehad. Zij hebben het altijd als hun plicht beschouwd en zijn er trots op deze tot aan het eind te hebben kunnen doen, zoals de laatste regels van een verzetsgedicht het zo treffend uitdrukken:

Wanneer het eindsignaal weerklinkt
‘t-zij vroeg, ‘t-zij laat, ontplooi de vaan
Maak, dat gij fier van hier kunt gaan:
Present, ik heb mij plicht gedaan.