web analytics

Door de site te te blijven gebruiken, gaat u akkoord met het gebruik van cookies. meer informatie

De cookie-instellingen op deze website zijn ingesteld op 'toestaan cookies "om u de beste surfervaring mogelijk. Als u doorgaat met deze website te gebruiken zonder het wijzigen van uw cookie-instellingen of u klikt op "Accepteren" hieronder dan bent u akkoord met deze instellingen.

Sluiten

J.H.U. te ‘s-Gravendeel – 1946 – WO2 Hoeksche Waard
WO2 Hoeksche Waard

J.H.U. te ‘s-Gravendeel – 1946

Bijzonder Gerechtshof  26 juni 1946 – J.H.U. te ‘s-Gravendeel

Zitting van de Kamer Oud-Beijerland

Maandag is de Oud-Beijerlandsche Kamer van het Dordtsche tribunaal begonnen met de behandeling van de zaken tegen hen, die zich tijdens den oorlog hebben gedragen in strijd met de belangen van het Nederlandsche volk, althans bewust afbreuk hebben gedaan, c.q. trachten te doen, aan het verzet te gen den vijand en diens handlangers. Acht personen moesten zich Maandag terzake hun gedragingen tijdens de bezetting verantwoorden. President was mr. J. van Konijnenburg. Leden waren Dr. J. P. van Waasbergen en K. van Bergeijk.

Terug naar de indexpaginaUitleg over tribunaalverslagen in de krant

Zich gemeld voor de Waffen S.S.

De tuinder J.H.U. uit is-Gravendeel had zich in Januari ’43 vrijwillig gemeld voor de Waffen S.S. Voorts werd hem ten laste gelegd, dat hij gedurende een half jaar sympathiseerend lid van de N.S.B. is geweest, een bijdrage aan den N.V.D. heeft geschonken en gecollecteerd heeft voor Winterhulp. Het bleek dat hij wel in het Deutsches Haus te Rotterdam was geweest om zich voor de Waffen S.S. aan te melden, maar hij was afgewezen, omdat hij een veroordeeling achter den rug had. Armoe, ellende, propaganda en mooie voorspiegelingen hadden hem tot de laakbare daden gebracht, zoo verklaarde hij. De uitspraak is bepaald op Maandag 8 Juli om tien uur.

Uitspraak:

J.H.U., tuinder te ‘s-Gravendeel: interneering met het advies deze te beperken tot 1 Februari 1949; verbeurdverklaring der in beslaggenomen goederen; ontzetting uit de kiesrechten en het recht om bij de gewapende macht te dienen.