web analytics

Door de site te te blijven gebruiken, gaat u akkoord met het gebruik van cookies. meer informatie

De cookie-instellingen op deze website zijn ingesteld op 'toestaan cookies "om u de beste surfervaring mogelijk. Als u doorgaat met deze website te gebruiken zonder het wijzigen van uw cookie-instellingen of u klikt op "Accepteren" hieronder dan bent u akkoord met deze instellingen.

Sluiten

Toen de oorlog begon: deel 9 (Blaaksedijk, Schijnvliegveld) – WO2 Hoeksche Waard
WO2 Hoeksche Waard

Toen de oorlog begon: deel 9 (Blaaksedijk, Schijnvliegveld)

Knipsel ‘Toen de oorlog begon – deel 9 (Schijnvliegveld Blaaksedijk)’ – AD Rotterdams Dagblad, editie Hoeksche Waard, 2 april 2015

Cees Kooijman (80) woonde in de oorlog aan de Mollekade in Blaaksedijk, een buurtschap bij Heinenoord. In de nabijheid van de Barendrechtse Brug was het altijd druk en het gevaar lag ook altijd op de Loer.

„In de oorlog trok ik met mijn vriendjes vaak naar de Barendrechtse Brug. Dat was hier vlakbij, aan het einde van de Mollekade de buitendijk op, naar rechts. Het was daar altijd druk. De stoomtram kwam ook voorbij, prachtig om te zien.” Cees Kooijman zag met zijn vriendjes de Duitse colonnes voorbijtrekken, later ook de V1’s, vervoerd op enorme legertrucks. In de avonduren keek de familie Kooijman vanuit een bovenraam naar de lanceringen vanaf de suikerfabriek in Puttershoek. De Duitse Flak (Flugabwehrkanone) op de buitendijk naast de brug opende regelmatig het vuur op vliegtuigen. De scherven van de granaten kwamen soms neer op de Mollekade. „Die scherven verzamelden we, die gingen naar de lorrenboer. Ze waren bloedheet, via de straat sprong er eens één tegen mijn been. Ik heb een jaar last gehouden van de brandwond, het litteken is nooit meer weg gegaan.” Het schieten ging dag en nacht door, elke keer gingen de sirenes van het luchtalarm. Ook Engelse vliegtuigen openden het vuur als ze iets zagen bewegen op de Mollekade. „De kogelgaten in ons huis waren tot ver na de oorlog zichtbaar.” Onderweg naar de brug, aan het einde van de Mollekade, kwam hij langs de bunkers. „Het kan er ook één zijn geweest, hij was heel groot in ieder geval, de Duitsers woonden daar in. Ik denk dat deze bunkers er nog steeds liggen, onder de grond, de dijk is daar erg breed.” De taak van deze Duitsers was het bewaken van een vliegveld. Voor de bewoners van de Mollekade vormde de aanwezigheid daarvan een reëel gevaar. Met een ‘baan’ van 1500 meter lengte en verlichting aan twee zijden was het vliegveld goed waarneembaar vanuit de lucht. Op een aantal huizen aan de Mollekade was ook verlichting geplaatst, grote rode lampen. „Het was een schijnvliegveld. Maar weinigen weten hiervan. Over een groot gedeelte van het traject liep een spoor, daarop reed een lorrie. Op dat railvoertuig was een houten vliegtuig bevestigd. Wij mochten als kinderen daar wel eens in zitten. We werden dan over het spoor vooruit geduwd door die Duitse soldaten.”

Peter Grimm, medeauteur van Vliegvelden in oorlogstijd reageert verrast op deze locatie. Waarschijnlijk gaat het om hetzelfde vliegveld dat in zijn publicatie nog werd toegeschreven aan Westmaas. „De functie van een schijnvliegveld was de aandacht van de aanvaller af te leiden van het beoogde doel. Voor een schijnvliegveld bij Blaaksedijk zou dat de Waalhaven kunnen zijn.” Cees Kooijman herinnert zich de constante angst nog goed, telkens wanneer geallieerde vliegtuigen richting Duitsland overvlogen. Het schijnvliegveld is nooit gebombardeerd. Dat zou voor de bewoners van de Mollekade grote gevolgen hebben gehad. „We hoorden de vliegtuigen al heel lang van tevoren aankomen. We moesten dan de schuilkelders in. Er is mij verteld dat die Duitsers ook wel eens alle lichten uitdeden als de vliegtuigen naderden. Dat zal wel niet de bedoeling zijn geweest. Maar ze wilden zelf natuurlijk ook niet gebombardeerd worden.”

Andere publicaties op deze website over dit onderwerp:

De oorlogsherinneringen van Cees Kooijman (klik hier)