WO2 Hoeksche Waard

Een website over WO2 in de Hoeksche Waard

Oorlogsherinneringen van de jaren 1940-1945 opgetekend door Joh. (Hans) van der Waal

Facebooktwittergoogle_plus

Oorlogsherinneringen van de jaren 1940-1945 opgetekend door Joh. (Hans) van der Waal, inwoner van Piershil (dit verhaal is gepubliceerd in het boekje Piershil 1940-1945).

In mei 1940 werd de rust verstoord door het uitbreken van de tweede wereldoorlog. Ter opvolging van de vele geruchten was het dan zo ver, dat ook Nederland in de oorlog betrokken werd. Kort na de verschrikkelijke gevechten, welke plaatsvonden op en bij de Grebbeberg, werd op 14 mei Rotterdam gebombardeerd. Rond de Pinksterdagen was het toen koud weer. Het was toen een zenuwachtige bedoening, doordat hier en daar soldaten werden ingekwartierd en er steeds groepjes soldaten heen en weer trokken waardoor men de indruk kreeg, dat de organisatie nogal wat te wensen overliet. Midden in de polder kon men toen soldatenkleren vinden, die zo maar weggeworpen waren, maar waar vooral veel strepen op voorkwamen. Tijdens de bezetting kwam er in de polder Klein-Piershil afweergeschut met zoeklichten te staan.

Dat lag precies in de richting, waar steeds grote zwermen bommenwerpers overkwamen, geflankeerd door jagervliegtuigen, die dan weer werden aangevallen door b.v. Engelse en Franse jagers. Wanneer dat in de avond of nacht voorkwam, werden de vijandelijke jagers met behulp van de zoeklichten, mede onder vuur genomen door het afweergeschut. Soms hoorde men dan ook hoe die onder vuur genomen werden door vijandelijke jagervliegtuigen. Men hoorde echter maar zelden dat er soldaten hierdoor sneuvelden, omreden dat de aan- en afvoer van gewonden e.d. geheimzinnig plaatsvond. Wanneer er overdag zwermen vliegtuigen overkwamen, die werden geflankeerd door jagers, vonden er dikwijls hevige gevechten plaats, wanneer die jagers weer werden aangevallen door Engelse en Franse jagers. Verschillende werden dan naar beneden geschoten, soms van weerszijden. Ook kwam het voor dat gewone burgers gewond werden door zo’n ratelend vuurgevecht. Het kwam steeds meer voor, dat de Duitsers uit wraak, wanneer er tegenstand werd geboden tegen een of ander bevel, razzia’s gingen houden, vooral op nog aanwezige joden of werkweigeraars, die dan trachten onder te duiken. Gelukkig werd er veel goed werk en hulp geboden door de intussen ontstane ondergrondse, die dan weer voor adressen, papieren en bonkaarten zorgden, soms met veel gevaar voor eigen leven.

Men moest er per ongeluk bij betrokken raken om te weten te komen, wat er allemaal plaatsvond. Wanneer men ’s morgens vroeg iemand aantrof, die bezig was om blikken bussen met houtwol op te ruimen door ze te vullen met water en in een diepe sloot te laten zinken, was dat het teken, dat er in de late avond of nacht weer een zending wapens was gedropt. Vooral toen de polder Oud-Piershil tot inundatiegebied werd verklaard en onder water gezet.

De ellende begon al op 2 februari 1944. Alleen brandweerlieden mochten op Piershil blijven wonen, maar daar kwam weinig van terecht. Het was bar winterweer, vorst en sneeuw verhoogde de ellende. Zelfs kippenhokken en werkketen werden als verblijfplaats ingericht, terwijl men natuurlijk niet wist voor hoe lang. In eerste instantie werd nog al eens gezegd, kom dan maar bij mij, dan proberen we het wel. Maar voor sommigen was het gauw bekeken, doordat de samenleving, b.v. verschil van opvoeding (vooral met kinderen) onmogelijk bleek. Sommigen bleven in de Hoeksche Waard, maar anderen moesten het tot in Gelderland zoeken. Die hier in de buurt konden blijven waren gelukkig, omreden er hier geen honger is geleden. Al ging de polder onder water, er was al enkele jaren wat gehamsterd en wist men wel aan wat aardappelen en tarwe te komen om desnoods zelf wat brood te bakken en door wat suikerbieten te malen, wat stroop te koken. Ook naast de narigheid, was er voor velen nog wel wat sensatie te beleven, want eer het herfst ’44 was, krioelde het in de ondergelopen polders van de wilde eenden en watervogels, die op de soms nog wat hogere plekken die boven water bleven, hun nesten maakten en vooral in het voorjaar ’45 was het gewoon druk om met boten eieren te gaan rapen en snoek te vangen, daar er die in een jaar tijd, ongelooflijk veel waren gegroeid. Verder was er nog een mogelijkheid, om in de boerderijen of gebouwen in en langs het water, b.v. stiekum varkens te mesten, waarvan veelvuldig gebruik werd gemaakt. Die plaatsen waren ook heel geschikt om met machines koolzaad tot olie te vermalen. Ook was er de mogelijkheid, om de melk, die niet werd afgehaald te verwerken tot karnemelk en boter.

Over de belevenissen, die daaraan verbonden zijn geweest, zouden boekdelen geschreven kunnen worden. B.v. de varkens werden als biggetjes per boot naar een hok gebracht, dat b.v. 20 meter ver in het water stond, wanneer deze dan slachtrijp waren, werden ze een lijn om gebonden en in het water geduwd en zo naar de vaste wal getrokken.
De Duitsers hielden razzia’s op mensen, maar de Centrale Controle Dienst op smokkelaars enz. Zo herinner ik me b.v. dat we op een morgen op een zekere plaats druk aan het werk waren om van zoete melk, karnemelk en boter en kaas te maken. We kregen toen een tip per telefoon, dat we een inval van de CCD. konden verwachten. Dus dat was opruimen geblazen, alle deuren sluiten en niemand thuis. Niet lang daarna veel gestommel en geroep, doch we gaven geen gehoor. Door de eigenaar van het gebouw er bij te halen, wisten ze binnen te komen, men, terwijl wij ons hadden verstopt onder een ledikant. In hoofdzaak om koolzaad te doen te zijn. Ze waren met wel 6 personen, waarvan 2 het huis zouden onderzoeken en 4 de schuur. Stampende met stokken op de vloeren om eventuele kelders te ontdekken, zagen we ze van onder het ledikant voorbij trekken, zonder dat ze iets vonden, alleen waren we vergeten het gasfornuis uit te draaien, waarop de thee stond te pruttelen. Dat kwam natuurlijk verdacht voor. In de schuur was intussen een tumult ontstaan, omdat ze tot boven in de schuur,tussen de strobalen aan het wroeten waren naar koolzaad. Op een gegeven moment hoorde men een gil, gekraak en veel lelijke woorden plus een verschrikt gebrul van 4 varkens (niet zo klein meer). Eén van de onderzoekers was plotseling door de ruiterhokken gezakt en tussen de varkens terechtgekomen. Met wat balken had men een ruimte van 4x3x2 meter ingebouwd in een tas stro om klandestien wat varkens te mesten. Door ze goed te voederen via een smalle ingang van ca. 60 cm. had men er geen kind aan en hoorde men ze maar zelden. Dit was na de schrik koren op de molen van de C.C.D., men legde natuurlijk beslag op de varkens, die na 2 dagen zouden worden opgehaald, men kreeg zelfs nog een voederbon voor die 2 dagen. Helaas waren al na één dag de 4 varkens spoorloos verdwenen, dat leverde natuurlijk weer moeilijkheden op.

Het is misschien nog wel interessant te vermelden, dat het vervoer van dat alles niet zo eenvoudig was, want dat moest gebeuren via een tankval of met paard en wagen door het water van 60 cm. diep, waar men dan aan een vlakke streep en soms aan weerszijden een enkele rietstengel, de onderwater staande weg moest herkennen. Aangezien die weg 1,5 km. lang was, moest men wel over een vertrouwd paard beschikken. Over onderduikers weet ik niet zo heel veel, hoewel ik mij nog wel herinner, een kelder mede in orde te hebben gemaakt voor een gezin van 4 personen. Toen de zaak gereed was, zouden we een proef nemen, hoe lang men nodig had om onverwachts in de kelder te gaan. Juist toen we aan het oefenen waren, klonk er een knal, alsof er een geweer afgeschoten werd. De enige kleur op alle gezichten was wit. Nu bleek in een grote leegstaande kamer, een fietsband te zijn gesprongen, die men ’s morgens had gerepareerd, maar wellicht de band harder had opgepompt, als dat hij sterk was. Omdat het niet mogelijk is om te beschrijven wat vele gezinnen meegemaakt hebben met het evacueren, zal ik als voorbeeld mijn eigen ervaringen beschrijven. Om te beginnen was ik al direct na het uitbreken van de oorlog verplicht geweest om op zondagavond te verhuizen, omdat een grotere woning ongeveer gereed was om te betrekken en ik op zondagmiddag bericht via de gemeente ontving, dat de kans bestond dat er reeds de volgende dag soldaten in zouden komen. Gelukkig was de afstand maar 20 meter van deur tot deur, zo dat op de kolen na, alles was overgebracht eer het maandagmorgen was. Reeds maandagmiddag waren er werkelijk soldaten in en diende het als hospitaal voor een gewonde piloot, die met een gevecht tussen 2 jagers in de polder was neergekomen.

Op 2 februari 1944 was het evacueren geblazen. Om te beginnen zouden we bij mijn zuster en zwager proberen in Oud-Beijerland. Met 2 paarden en 2 wagens achter elkaar gingen we tegen de middag op stap naar Oud-Beijerland. Vanwege de vorst en de sneeuw, waardoor de wegen glad waren, moesten we bij de Ruiseweg één wagen afhaken en die later ophalen. Alleen wat hoognodig was werd afgeladen bij mijn zus, de rest werd opgeslagen in een leeg gebouw in Oud-Beijerland. Al spoedig daarna bleek het een onmogelijke zaak, (alleen al door het verschil van kinderen) om stand te houden. Goede raad was duur, vandaar dat we toen bij een andere zuster en zwager in Rotterdam terechtkwamen. Ook hieraan moesten we weer een einde maken, doordat op een gegeven moment de Barendrechtse brug afgesloten zou worden, waardoor de stoomtram niet kon blijven rijden. Voor een poosje zijn we toen weer ondergedoken geweest op Piershil, tot we in Oud-Beijerland een adres hadden gevonden bij twee bejaarde mensen met een vrijgezellen zoon van ca. 50 jaar. Daar kregen we een achterkamer met boven ruimte om te slapen, alles erg primitief, maar de mensen waren erg goed voor ons en vooral voor de kinderen. Ze waren ook straatarm, waardoor ze ook erg dankbaar waren voor alles wat ze kregen van eten enz. Aangezien er haast bij iedereen in die tijd vlooien voorkwamen, waren er daar jammer genoeg wel een paar extra, wat voor mijn vrouwen de kinderen een verschrikking was, want die kregen er bulten van, mijn bloed was zeker niet lekker genoeg, want ik had er weinig last van. Toen het in het voorjaar van 1945 eenmaal lente geworden was en de zon zich af en toe liet zien, werd ook dit weer een onhoudbare zaak, waardoor we weer de stoute schoenen hebben aangetrokken en weer op Piershil zijn ondergedoken, waar we het hebben kunnen redden tot aan de bevrijding. Men zal zich misschien in kunnen denken, wat of dit alles betekende om toch te trachten, al die tijd naar Piershil naar mijn werk te komen, of ik nu in Oud-Beijerland of in Rotterdam geëvacueerd was. Dagelijks van Oud-Beijerland naar Piershil en weer terug, op een fiets met pittobanden, omdat ze mijn fiets met luchtbanden hadden afgenomen. Zo lang ik in Rotterdam zat, vanaf Nieuw-Beijerland of Oud-Beijerland met de stoomtram naar Rotterdam en omgekeerd. Men kan zich misschien ook voorstellen, hoeveel moeite het kostte om voor voedsel te zorgen voor mijn gezin en naaste familie, omdat er haast dagelijks strenge controle gehouden werd op passagiers in de stoomtram (vooral op Krooswijk). Het is me wel gelukt om nooit gepakt te worden en heb ook nooit gewerkt voor de weermacht, ondanks de vele oproepen. Ik maakte dan gebruik van de verschillende adressen waar ik had huisgehouden en was dan begrijpelijk nooit thuis. Intussen was het gebrek aan voedsel schrikbarend toegenomen in de steden. Zolang de Barendrechtse brug nog te begaan was, probeerde men in de Hoeksche Waard aan wat tarwe en aardappelen te komen, waardoor zich soms allerlei taferelen voordeden. Jammer genoeg ontstond er een ruilhandel, waardoor juist de armere mensen spulletjes moesten opruimen, die ze niet konden missen. Toen de brug gesloten werd, moest men in de donker per boot trachten in de Hoeksche Waard te komen met natuurlijk de nodige risico. Ook speelde de zwarte handel een belangrijke rol, waardoor men van kwaad op erger kwam. Omdat de weermacht gek was op bandenwagens, werden die voordat ze werden gevorderd, gesloopt en in delen hier en daar verstopt. Daardoor kwam ik in aanraking met 13 wielen met banden om ze te verstoppen. Ik dacht een goede plek te weten, doch helaas juist op die plaats strandde een groep duitsers in de nacht voor een tankval en nestelden zich juist in het gebouw waar die wielen onder het hooi lagen, ook nog een oude motorfiets. Eer het de volgende dag middag was, hadden de soldaten de oude motorfiets al aan de praat gekregen en toerden om beurten er mee over de dijk en buiten de schuur had men een torentje gebouwd van die 13 wielen. Goede raad was duur, we spraken af te trachten die wielen terug te krijgen. We wisten dat ze gek waren op roomboter en bout. Eerst was er geen sprake van, want de weermacht kon ze goed gebruiken, doch tenslotte gelukte het toch om ze los te krijgen voor 3 kg. boter en 4 ganzen. Toen was de vraag, waar laten we ze nu weer? Men besloot om ze in de droge polder van Nieuw-Beijerland op een stuk land op een rijtje naast elkaar te zetten, een beetje opvullen de zaak, wat stro ertegen en grond erop, het leek nu op een putje met aardappelen. Na een paar dagen lagen ze weer bloot, omdat ze dachten dat het aardappelen waren, die toen erg duur waren. Het is tenslotte toch gelukt ze te behouden en ze later weer te gebruiken.

Het droevigste voorval dat ik me hier in de omtrek herinner is, dat naast de luchtgevechten van jagers, er ook aanvallen werden gedaan op verdacht voorkomend verkeer, vooral op binnenwegen.

Dan hoorde men ze naar beneden komen met een ratelend vuursalvo, waardoor op een zekere keer er aan het leven van de heer G. Berkhout een einde is gekomen toen hij met een voertuig door de polder reed. Dit heeft geduurd tot eindelijk, op 4 mei 1945, het verlossende bericht van de bevrijding is gekomen.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

WO2 Hoeksche Waard © 2014

Door de site te te blijven gebruiken, gaat u akkoord met het gebruik van cookies. meer informatie

De cookie-instellingen op deze website zijn ingesteld op 'toestaan cookies "om u de beste surfervaring mogelijk. Als u doorgaat met deze website te gebruiken zonder het wijzigen van uw cookie-instellingen of u klikt op "Accepteren" hieronder dan bent u akkoord met deze instellingen.

Sluiten