WO2 Hoeksche Waard

Een website over WO2 in de Hoeksche Waard

De oorlogsherinneringen van Manus Sint Nicolaas

Facebooktwittergoogle_plus

De oorlogsherinneringen van Manus Sint Nicolaas (uit ‘s-Gravendeel), door Will van Velsen-Griffioen.

Mijn vader kocht in 1938 een heel bijzondere radio. Het was een wereldont­vanger, waarmee hij ook programma’s in Afrika en Indië kon ontvangen. Er was nog meer mogelijk met die radio, want mijn vader, die niet ver van de Kil woonde, kon zelfs via de radio afluisteren wat de radioman van de ijsbreker “Siberië”, die juist in de Kil voorbij voer om het ijs te breken, doorgaf. Het was dus een heel bijzondere radio, en was vanzelfsprekend erg duur, hij kostte wel tweehonderd achtennegentig gulden. Dat was een boel geld, als je nagaat dat een theedoek in die tijd verkocht werd voor 7 centen. Mijn vader betaalde de radio contant. Die radio kocht hij bij Aai Barth aan de Beneden Strijensedijk. In die tijd verkocht deze nog radio’s, later, toen hij de kerk van de Gereformeerde Kerk stichtte, of erbij ging, wilde hij geen radio’s meer verkopen. Toen is Brand ermee begonnen, die werkte namelijk bij Aai Barth. Brand is zijn zaak begonnen aan de Beneden Gorsdijk, bij zijn ouderlijke woning. Mijn vader zat graag aan de radio te draaien. Hij was niet geïnteresseerd in vermaak en schakelde daarom als er een muzikaal programma was, altijd over­ naar een andere zender. Toen de oorlog was uitgebroken, was mijn vader er eerder dan de anderen van op de hoogte, omdat hij via een buitenlandse zender (ik meen zelfs dat het en Afrikaanse zender was) had gehoord dat Duitsland de oorlog had verklaard aan ons land. Dit bericht was eerder op buitenland­se kanalen te horen dan op de Nederlandse zender.

Watertoren 's-Gravendeel - schade WO2

Watertoren ‘s-Gravendeel – schade WO2

Om te laten zien dat er vreemde beslissingen worden genomen, wil ik vertellen dat onze familie op pinksterzondag 12 mei 1940 naar de moeder van mijn moeder ging, omdat het op de Boven Havendijk (wij woonden op nummer 52)  te gevaarlijk werd met het schieten enzo. En laat nu juist het huis van mijn opoe aan de Strijensedijk, net naast de kerk van de Oud Gereformeerden, onder aan de Strijensedijk, een granaatinslag krijgen! De granaat, die gericht was op de hoge gebouwen in het dorp zoals de watertoren en de hervormde kerk, werd afgeschoten door een Dikke Berta vanaf de Berenpolder, kwam van achteren de woning binnen, ging dwars door de muur heen en ontplofte binnen. Mijn opoe (Teu Naaktgeboren-Barendregt) werd dodelijk getroffen in het middenrif en mijn moeder en ik raakten beiden gewond. De granaat vloog zo dicht langs het voorhoofd van mijn moeder, dat ze hevig bloedend neerviel. Diezelfde granaat verwondde mij en het was te danken aan mijn slaperigheid dat ik het er levend van af heb gebracht, want ik lag net met mijn hoofd op tafel, toen de granaat kwam. De hele bovenkant van mijn stoel werd er afge­slagen, tot precies boven mijn hoofd. Ik heb boven mijn neus, tussen mijn ogen, nog een litteken en mijn moeder was zo erg gewond aan haar hoofd langs haar oor dat het later duidelijk te zien was.

Mijn moeder en ik moesten naar het tijdelijk hospitaal dat gemaakt was in de openbare school aan de Noord Voorstraat. Daar werden we verzorgd door dokter Sissingh. Een tijd later moesten we een persoonsbewijs hebben en op dat van mijn moeder kwam te staan: uiterlijke kentekenen: litteken aan rechterslaap. De top van de kerktoren werd eraf geschoten, maar de watertoren was zo stevig dat deze bleef staan, hoewel granaten en kogels er dwars doorheen waren gegaan. Mijn opa was koster van het pettenkerkje, dat was de bijnaam van de Oud Gereformeerde kerk. Opa heette Hermanus Naaktgeboren en ik ben naar hem genoemd. Ook Manus Naaktgeboren de kapper, die nu in Puttershoek in Schaduwrijk woont, is naar hem vernoemd, want zijn vader en mijn moeder waren broer en zus. Terwijl mijn moeder en ik in het noodhospitaal lagen, gingen de anderen van ons gezin weer terug naar huis. De volgende dag werd onze woning aan de Boven Havendijk getroffen. Heel het winkel- en magazijngedeel­te werd in puin gelegd. Granaatscherven gingen dwars door rollen stof, zodat die doorzeefd werden met kleine gaatjes. In het magazijn gingen granaatscherven zo vlak langs de pakken met voorra­den knotten wol, dat er een klein stukje van al die knotten af werd gesneden. Toen naderhand de knotten werden uitgepakt, vielen ze in kleine stukjes draad uiteen. Er bleef nauwelijks handelswaar over. Een foto van ons huis staat in het boek 400 jaar ’s-Gravendeel.

Mijn vader had drie zonen: Arie, Manus en Piet en omdat hij tijdens de oorlog geen werk had voor alle drie de zonen (er was meer ruilhandel dan verkoop), werden twee van hen uitbesteed. Ik kwam in mei van school, want ik had zeven jaar lagere school doorlopen, hoewel ik nog maar twaalf jaar was omdat ik een vroege leerling was, doordat vroeger de leerjaren van april tot april liepen. Ik werd knecht bij bakker Notenboom, die vlak naast ons woonde en mijn broer Piet werd slagersknecht en ging werken bij Willem Barendregt in de Beneden Havendijk. De mensen aten vroeger veel meer brood dan tegenwoordig, want ik herinner me nog wel dat we op zaterdag bij een bepaald (groot) gezin wel 13 broden van 800 gram moesten afleveren. Het brood moest ’s morgens al vroeg worden gebakken. Tijdens spertijd was het moeilijk om naar mijn werk te gaan, maar de bakkerij stond vlak bij ons huis, dus ik kon de bakkerij kruipend bereiken. Toen het brood op de bon ging, moest ieder zuinig aan doen. Alleen de boeren niet. Die brachten hun eigen gemalen graan om er speciaal voor hen brood van te laten bakken. De bakker deed dat meel bij het andere, zodat er meer echt meel was bij al het andere brood, want de samenstelling van het brood was niet te vergelijken met dat van tegenwoordig. Hij bakte het brood en gaf het aantal broden dat bij het gewicht van het meel hoorde, aan de boeren. We bakten maar twee soorten brood: fijn en grof. De boeren hebben nooit geklaagd. De ene boer bracht wel fijner gemalen meel dan de andere. Hoe fijner gemalen, hoe witter het brood.

IbisShagIn de oorlog hebben wij nooit armoe gekend. Mijn vader verkocht de waar uit zijn winkel en de rest hield hij voor eigen gebruik, zoals de lucifers en de sunlightzeep, die schaars werden. Ook shag had hij nog, ibis shag voor een dubbeltje. Textiel werd nog wel verkocht. Geruite houthakkersoverhemden die in houten kisten uit Polen kwamen. Ook waren er flesjes eau de cologne, zogenaamde 4711 die in een mand op de toonbank lagen. Op een gegeven moment was er een aantal gestolen. Mijn moeder had van boven door een kwast in het hout gezien wie de dief was. Ook zakjes blauw waren er nog. Voor de textiel was het zo: kinderen tot 15 jaar kregen kleding op punten, boven de 15 jaar moest er een speciale vergunning van het distributiekantoor komen voor de aanschaf. Nu woonde er een vrouw, De Kreek genaamd, in de buurt die getrouwd was met een lilliputter. Ze kocht voor hem een jongensbroek en die mochten ze op punten hebben. Wij kregen de zegels van de klanten en die plakten we met stijfsel in zegelboekjes. Volle zegelboekjes leverden mijn ouders weer op het distributiekantoor in. Alles moest kloppen.

Op een gegeven moment moesten alle radiobezitters hun radio inleveren. Mijn vader aarzelde, maar besloot toch maar om zijn dure apparaat weg te brengen. Hij bracht het naar het gemeentehuis aan de Zuid Voorstraat. Moet jij raden hoe hij zijn radio weer terug kreeg. Na de oorlog kwam een ambtenaar van het gemeentesecretarie in de winkel en zei tegen mijn vader: “Weet jij waar je radio zich bevindt?” “Ik vermoed in Berlijn bij een van die hoge piefen”, gaf mijn vader ten antwoord. “Nee, hij is nog in ‘s-Gravendeel, en wel bij burgemeester Van Heesen, die heeft hem in de kamer staan.” Nu mijn vader dit wist, wilde hij zijn toestel terug. Maar Van Heesen beweerde dat hij hem eerlijk had gekocht. Mijn vader wilde zijn toestel terug en kreeg hem niet. Daarop heeft mijn vader er een rechtszaak van gemaakt en mijn broer heeft een advocaat in de arm genomen. Mijn vader werd in het gelijk gesteld. Hij ging persoonlijk naar Van Heesen en kreeg zijn radio meteen mee. Achteraf bleek dat de ambtenaar van wie hij het bericht had gekregen, met de burgemeester ruzie had gemaakt.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

WO2 Hoeksche Waard © 2014

Door de site te te blijven gebruiken, gaat u akkoord met het gebruik van cookies. meer informatie

De cookie-instellingen op deze website zijn ingesteld op 'toestaan cookies "om u de beste surfervaring mogelijk. Als u doorgaat met deze website te gebruiken zonder het wijzigen van uw cookie-instellingen of u klikt op "Accepteren" hieronder dan bent u akkoord met deze instellingen.

Sluiten