web analytics

Door de site te te blijven gebruiken, gaat u akkoord met het gebruik van cookies. meer informatie

De cookie-instellingen op deze website zijn ingesteld op 'toestaan cookies "om u de beste surfervaring mogelijk. Als u doorgaat met deze website te gebruiken zonder het wijzigen van uw cookie-instellingen of u klikt op "Accepteren" hieronder dan bent u akkoord met deze instellingen.

Sluiten

2015 – Een jong meisje in de oorlogsjaren – WO2 Hoeksche Waard
WO2 Hoeksche Waard

2015 – Een jong meisje in de oorlogsjaren

In april 2015 startte het Kompas met een serie over de oorlog: Mensen uit de Hoeksche Waard blikken terug op de oorlogsjaren ’40-’45 en de bevrijding.

In deel 4 Johanna Vos: Een jong meisje in de oorlogsjaren – Bron Kompas 15 april 2015

Als 15-jarige beleefde Johanna Vos het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog. Het gewone leven ging door, toch waren er onzekerheden, dreiging en honger.

NUMANSDORP – Jo woonde met haar ouders, zus Fien en broers Bram en Koos aan de Middelsluissedijk in Numansdorp. Zij werkte op het land bij boer Leeuwenburg. „Ik merkte niet veel in de aanloop naar de oorlog” vertelt Jo Notenboom-Vos ,,ik was eigenlijk nog een kind en er werd thuis niet echt over gesproken.” In de eerste dagen van de oorlog zaten Nederlandse soldaten in de schuur van de boerderij. Ze vertelt: „Een soldaat schoot met een geweer naar een vliegtuig, alsof je die kon raken!” Haar eerste angstige ervaring was nog diezelfde week „Ik werkte op het land en er kwam een Duits vliegtuig over. We moesten in de slootkant gaan liggen. Iemand had een vergiet op zijn hoofd gezet als een soort helm en we moesten direct naar de schuilkelder van grote pakken turfmolm.” Tijdens de bezetting ging het dagelijks leven gewoon door. „Mijn moeder moest naar het ziekenhuis. Wij reden mee met de ambulance, maar er reed geen tram terug, dus we overnachtten in Rotterdam.”

Kranten werden niet gelezen bij familie Vos, maar ze luisterden naar de radio. Mevrouw Notenboom: „De heer Klootwijk had een elektronica winkel, zijn werknemer Van der Krocht verzorgde nieuwsuitzendingen, maar dat was zeer plaatselijk nieuws?’ Het meest kan mevrouw Notenboom zich herinneren van de evacuatie periode in 1944 toen haar familie moest vertrekken vanwege de inundatie. Ze zouden eerst naar familie in Stolwijkersluis gaan, maar die hadden al mensen, dat bleken Joden te zijn. Ze hoorden later dat deze mensen verraden en opgepakt zijn. Op de dag van haar verjaardag in februari pakten ze de meest noodzakelijke spullen. Mevrouw Notenboom: ,Wat neem je mee, bedden, wat kleding en een paar stoelen. Koos ging naar Groningen met zijn schoonfamilie. Bram moest naar Duitsland. Het afscheid van hem in Dordrecht was moeilijk!” Ze kwamen uiteindelijk terecht bij familie in Gouda. „Niet de beste plek, want op het platteland was nog wel eten, maar in de stad en met twee gezinnen was dat een stuk minder. We vochten om de kruimels uit de aardappelpan,” vertelt mevrouw Notenboom. Haar vader vond werk bij een koeienboer, nam dagelijks een kruikje thee mee en vulde dat stiekem met verse melk. „Zwager Janus bleef in Numans-dorp, hij bracht met gevaar voor eigen leven een vrachtje aardappelen naar Gouda. Fien en ik fietsten eens naar Rotterdam op ‘pittobanden’ om een mud aardappels te halen. Onderweg moesten we nog ergens binnenvluchten vanwege een fietsenrazzia van de Duitsers, maar we waren eigenlijk niet eens in paniek of bang.” De bevrijding maakte zij mee in Gouda: „Dat was best leuk hoor, iedereen juichte, heel de stad stond op stelten.”