web analytics

Door de site te te blijven gebruiken, gaat u akkoord met het gebruik van cookies. meer informatie

De cookie-instellingen op deze website zijn ingesteld op 'toestaan cookies "om u de beste surfervaring mogelijk. Als u doorgaat met deze website te gebruiken zonder het wijzigen van uw cookie-instellingen of u klikt op "Accepteren" hieronder dan bent u akkoord met deze instellingen.

Sluiten

1945 – De razzia – WO2 Hoeksche Waard
WO2 Hoeksche Waard

1945 – De razzia

De razzia – door Jaap Hollander

Dit verhaal speelt zich af op de ‘overlandse’ grond van de Hoekse Waard, om precies te zijn rond Piershil en Nieuw Beyerland. Pa was veeverloskundige   en castreur en we bewoonden een vrij groot huis. Het was in het laatste oorlogsjaar. De mensen hadden op het platteland nog net genoeg eten om niet dood te gaan. Maar in de grote steden stierven er velen. De winters waren erg koud, de zomers vrij warm. De vlooien tierden welig omdat er geen zeep was om goed te kunnen wassen. Op zolder speelden muizen in de hoop tarwearen die we vorige zomer bij de boeren hadden gelezen. Mijn ouders waren juist bezig de wollen dekens tegen het licht te houden om op die manier de vlooien te kunnen onderscheiden van pluisjes vuil om ze daarna met ’n knapp dood te knijpen tussen de nagels van je twee duimen. Op dat moment belde iemand aan. Het kan boer v. B. zijn geweest of iemand anders die zich daadwerkelijk met „de goede zaak” bezighield. Hij moest pa spreken omdat pa op ’t dorp bekend stond als hater van Duitsers. Tijdens de vele luchtgevechten waarbij Duitse en Engelse toestellen waren betrokken ging ie altijd boven op de dijk staan om niets te hoeven missen. Mijn ‘moeder stond dan doodsangsten uit. Soms vlogen granaatscherven om het huis. Ma riep dan: „Kors kom toch binnen!!”, waarop pa doodkalm maar vastberaden achter een telefoonpaal ging staan en snauwde „mens ga toch weg!” En als er dan een duits vliegtuig werd geraakt en als een dor blad neerdwarrelde glommen z’n ogen bij. Dát gruwelijke gezicht alsof ie de Duitser persoonlijk had neergeknald! Of mijn vader De Groot politieman en „van de goeie soort” in huis wilde nemen. Het was van „vitaal belang”. Mijn vader WIST; wij BEGREPEN jaren LATER dat hij van de ondergrondse moest zijn. De Groot zou een grootse opdracht gaan vervullen en kreeg bij ons z’n kamer. Ik weet nog goed hoe ik als jongen trilde van spanning als ik stiekum in zijn kamer ging en daar de koppel met revolver zag. Was ie geladen? Wel durfde ik aan zijn schrijfmachine komen. Het waren heerlijke ervaringen! De van B.’s waren van reformatorische huize en erg koninklijk gezind. Zij haatten de duitse bezetter en daarom waren zij het vooral die in hun landerijen in en om Piershil tonnen wapens hebben opgehaald die in de nachtelijke uren door Engelsen werden gedropt. Mocht in de beginne een Duitse patrouille op zo’n boerenwagen met wapens stuiten dan gingen deze Duitsers „gegarandeerd” voor jaren diep onder de mest van Jan, Klaas of Henk van B. De van B’s durfden meer dan alleen achter de vrouwtjes aan zoals boze tongen beweerden! De verschrikkingen werden nog verschrikkelijker. Inmiddels hadden de Duitsers de V1 uitgevonden. Een automatisch bestuurde vliegende bom vol met explosieven en van grote vernielende kracht. Deze werden vanuit Pernis over onze omgeving naar Antwerpen gedirigeerd. Daar hadden Engelsen en Amerikanen de zaak al in handen. Wanneer zou „de vesting Holland” aan de beurt komen? Wij zagen steeds meer ontredderde Duitse troepen door honger en luizen gekweld door de straten trekker waarbij men alles stal wat men kon pakken. Jawel ook nog het schamele bezit dat ons nog restte. Tenslotte werd al het land op Piershil geïnundeerd en mocht je er niet meer komen op straffe doodgeschoten te worden. Daarom moesten wij allen huis en erf verlaten. Zo vervoerden wij op kindersleetjes ons huisraad in de winter ’44-’45 van Piershil naar Nieuw Beyerland over de door strenge vorst knerpende sneeuw, gaande langs nachtelijke wegen. Pa’s auto was al lang „gedemonteerd” om te „overleven”. De meeste fietsen waren ook „meegenomen” door het Herrenvolk. Toen gebeurde het. Onder Heinenoord werd de door de Duitsers aangestelde NSB . burgemeester van Goudswaard, Piershil en Nieuw Beyerland doodgeschoten. Deze „verrader” moest de Duitsers steunen tegen de ondergrondse „boeven”. Ineens was De Groot uit ons oog verdwenen; deels vanwege onze evacuatie; deels omdat hij „spoorloos” bleek. Wel werden niet lang daarna een tiental gijzelaars uit de Scheveningse gevangenis opgehaald en ter hoogte van de plaats waar deze NSB burgemeester werd doodgeschoten stuk voor stuk gefusileerd. Een jongen amper nog 16 jaar had net voor de dood intrad stervend uitgeroepend „Moeder!” Dat woord „Moeder’ is nu nog te lezen op het gedenkteken onder Heinenoord aan de weg tussen Blaaksedijk en Oud-Beyerland. Soms werden wapens van de ene naar de andere boerderij overgebracht alvorens ze hun weg vonden naar de rest van ondergronds Nederland. Ons gezin werd bij boer Troost aan de Kreekkant te Nieuw Beyerland ondergebracht. Rechts boven deze boerderij vlogen de vliegende bommen richting Brabant. Soms vloog er een zo laag dat het gebeurde dat een in de weg staande boerderij niet kon worden ontweken. Ze waren allen onbemand dus dom en onbestuurbaar, mocht er iets zijn. Dat gebeurde zo vaak. Zo gingen te Zuidzijde alle inwoners inclusief hun boerderij in vlammen op. Er waren veel „blindgangers” die niet allemaal ontploften. Er passeerden er circa 15 tot 20 altijd bij nacht. De Duitsers kon het niets schelen dat arme burgermensen direct onder de vuurlijn kwamen te liggen. Goed voor de ondergrondse sluipmoordenaars! Woedender en steeds driester werden de Duitsers en zo gebeurde het op een kwade dag in het vroege voorjaar van 1945 dat onze hele boerderij werd omsingeld door Duitse troepen. Ook waren er SS’ers bij. Dit waren vreselijke boeven met uniformen aan en in bezit van autom. wapens. Nooit tevoren heb ik in m’n leven gruwelijker en hatelijker gezichten gezien. Half slapend nog hoorde ik „Raus, nach unten, schnell!” terwijl ik keek in de loop van een duits pistool. Toen ik naar beneden was geduwd en gesnauwd zag ik tot m’n grote schrik daar tegen de lange muur buiten in de vrieskou met de handen in de nek gevouwen en het hoofd tegen de muur gedrukt al mijn broertjes en zusjes; mijn vader en moeder; boer Troost en z’n drie zonen, en nog een oude man met huishoudster van 75 jaar op blote benen; amper tijd gehad om de klompen aan te trekken. Ik dacht „ze staan allen klaar om gefusileerd te worden”. Ik dacht ook nog „ik zal nu zeer spoedig in de hemel boven zijn”. Lona onze oudste zus had gedacht zo zei ze later: „als ze in Godsnaam maar bij mij beginnen!’ Ik nam zonder enige emotie of angst gewillig mijn plaats in. Op zo’n moment ben je niet bang, heb je geen tijd voor emoties. Je denkt nog aan het leven dat er nu nog is. De angst komt later wel, wees maar niet bang! In een flits v.e. seconde kon ik mijn beul ontwaren. Een gruwelijk monster stond klaar met de handen aan de trekker van z’n autom. geweer. Zeer snel zou het ons doden. Zus Lona probeerde met Jaan de oudste zoon van Troost te praten en ik hoorde haar zeggen: „Het ondergrondse blaadje heb ik in de kachel verbrand”. Toen de mof dat hoorde snauwde hij: „Ruhig, ob ich schiese!” Wij WISTEN niet dat men wapens zocht, wij VOELDEN het! Er was een dodelijk gelatenheid in en om ons. Vele Duitsers waren druk doende alles overhoop te halen. Er bleef letterlijk niets op z’n plaats. Goud en zilver dat de boer goed had verborgen kwam boven water. Koper en ander metaal dat men had moeten inleveren werd gevonden. In de schuur onder een hoop steenkool was de blote motor van pa’s laatste Renault tevoorschijn gekomen. Diep onder de hooimassa’s in de schuur bestond al jaren een geheim hol. Ook dat werd blootgelegd. Duitsers en NSB’ers liepen af en aan met illegaal geperste olie, banden, flessen vlees enz. Niets werd onberoerd gelaten. Eindelijk na 4 lange bange uren daar tegen de muur gestaan te hebben waarin wij elke seconde NIET werden GEËXECUTEERD, werden we ineens vrij gelaten. De gijzeling, was over! De laatste Duitsers reden het erf al af. Alle drie de zonen van boer Arie Troost werden meegenomen voor nader verhoor en keerden een maand later, God zij dank, ongedeerd terug: Enkele dagen tevoren had men de stenguns en munitie naar elders overgebracht. Daarom kan ik u dit na 45 jaar navertellen. Het kan zijn dat het letterlijk niet 100% juist is. Maar de boze geest is helaas maar al te waar en tiert nog rond na al die jaren. Ze is zo werkelijk aanwezig dat velen zich nog achtervolgd wanen door nazi-beulen. Ook ik had daar 20 jaar last van! Pas las ik een Nederlandse schrijver van naam die beweerde dat de oorlog geen dag korter heeft geduurd dankzij de ondergrondse aktiviteiten. Oorlog is een dodelijk spel waarin gruwelen worden gepleegd door gruwelijke mensen.

Knipsel ‘De Razzia’ – Eilanden nieuws 5 mei 1989