web analytics

Door de site te te blijven gebruiken, gaat u akkoord met het gebruik van cookies. meer informatie

De cookie-instellingen op deze website zijn ingesteld op 'toestaan cookies "om u de beste surfervaring mogelijk. Als u doorgaat met deze website te gebruiken zonder het wijzigen van uw cookie-instellingen of u klikt op "Accepteren" hieronder dan bent u akkoord met deze instellingen.

Sluiten

1946 – Wat zijn lichte gevallen? – WO2 Hoeksche Waard
WO2 Hoeksche Waard

1946 – Wat zijn lichte gevallen?

Omdat de ‘kampen’ veel te vol werden werden de regels enkele malen herzien. Het was de doelstelling om maximaal 25.000 Nederlanders voor het gerecht te brengen.

Knipsel ‘Wat zijn lichte gevallen?’ – 12 augustus 1946

Ter beoordeling van de vraag, wie van de gedetineerde politieke delinquenten als licht geval moeten worden beschouwd en dus voor in vrijheidsstelling in aanmerking komt, waren den advocaten-fiscaal richtlijnen verstrekt, maar toen men volgens die gegevens ging werken, kwam men, naar ‘Trouw’ weet te berichten, tot de merkwaardige ontdekking, dat men op die manier niet aan een quotum van 40.000 lichte gevallen zou kunnen komen. Maar de Regeering wil, dat er na 1 October niet meer dan 25.000 politieke gevangen zullen overblijven en dus heeft zij nieuwe richtlijnen uitgevaardigd. Volgens deze nieuwe richtlijnen kunnen, naar genoemd blad verneemt, de volgende personen voorwaardelijk buiten vervolging worden gesteld:

.1. Zij, die deel hebben uitgemaakt van het N.S.K.K., den Wacht- und Schutzdient, de Volkswehr, de O.I. en het Duitsche Roode Kruis, indien hun geen andere ernstige strafbare feiten dan dienstneming en eventueel het lidmaatschap der N.S.B. te verwijten zijn.

.2. Zij, die dienst hebben gedaan bij gewapende formaties, indien zij niet metterdaad tegen Nederland of zijn bondgenoten hebben gevochten en niet een nationaal-socialistische gezindheid, doch uitsluitend persoonlijke omstandigheden hen tot dienstneming hebben bewogen.

.3. Functionarissen van nevenorganisaties der N.S.B., indien zij geen belangrijke functie hebben bekleed en hun geen andere misdrijven of misdragingen te verwijten zijn.

.4. Functionarissen van nevenorganisaties der N.S.B., indien hun werkzaamheden in hun functie niet van breeden opzet en propagandistischen aard waren en zij ook niet in ernstige mate afbreuk hebben gedaan aan het verzet.

.5. Zij, die een bestuursfunctie op grond van hun nationaal-socialistische gezindheid hebben bekleed (b.v. burgemeester, wethouders enz.) , indien hun geen ernstige, in die functie gepleegde misdaden als misdragingen te verwijten zijn en zij niet tevens een belangrijke functie in de N.S.B. hebben bekleed.

.6. Zij, die zich aan economische collaboratie of in lichte mate aan hulpverleening aan den vijand hebben schuldig gemaakt, indien blijkt, 1e dat zij niet op groote schaal zich verrijkt hebben, 2e dat zij aan hun omgeving door hun optreden geen groote en diepgaande ergernis gegeven hebben.

.7. Zij, die illegaal werk hebben verricht of ondergedoken waren en na arrestatie namen van hun bekende illegale strijders hebben verraden, indien niet blijkt, dat zij zich niet blijvend in dienst van den S.D. hebben gesteld en aan hun vaderlandsche gezindheid niet te twijfelen valt, indien zij onder hoogen druk gehandeld hebben.

12 augustus 1946