web analytics

Door de site te te blijven gebruiken, gaat u akkoord met het gebruik van cookies. meer informatie

De cookie-instellingen op deze website zijn ingesteld op 'toestaan cookies "om u de beste surfervaring mogelijk. Als u doorgaat met deze website te gebruiken zonder het wijzigen van uw cookie-instellingen of u klikt op "Accepteren" hieronder dan bent u akkoord met deze instellingen.

Sluiten

Jan Hoogstad, † 18 december 1944 – WO2 Hoeksche Waard
WO2 Hoeksche Waard

Jan Hoogstad, † 18 december 1944

Jan Hoogstad werd geboren op 18 februari 1880 te Hekelingen als zoon van Gerrit Hoogstad en Adriana Troost. Op 19 mei 1905 trouwde hij te Hekelingen met Adriaantje IJzerman (13 maart 1881, Piershil). Bij zijn overlijden liet hij drie dochters na: Adriana (7 oktober 1905), Hendrika (20 mei 1907) en Gerritje (15 januari 1918). Hij staat vermeld op het Monument Burgerslachtoffers WO2 Korendijk

Verdwenen in het Spui

Jan Hoogstad was werkzaam als bemanningslid van het pontveer tussen Hekelingen en Nieuw-Beijerland. Het veer moest met de hand naar de overzijde van het Spui worden getrokken, met behulp van een kabel. Eigenaar was Jacques Klok, die in 1933 bij de firma Buys te Krimpen aan den IJssel een nieuwe pont had gekocht van 14 meter lengte met twee kleppen van ieder 3,5 meter. Nadat in 1940 Jacques Klok overleden was, werd het bedrijf noodgedwongen voortgezet door zijn zoon Piet Klok, die naast zijn kantoorbaan hierdoor een dubbele taak kreeg.

De periode van de Tweede Wereldoorlog was geen vetpot voor de pontbaas. Hoewel er nauwelijks personenverkeer meer was tussen de eilanden Voorne en Putten en de Hoeksche Waard, moest er toch een bemanning zijn, die als hoofdtaak had het overzetten van Duitse militairen. Op beide oevers bij het veer stonden schildwachten, die bepaalden wie er mochten overvaren. Wanneer dat Duitsers waren mochten ze gratis de overtocht maken.

Op de avond van 18 december 1944 werd de bemanning van de pont opgetrommeld om militairen over te zetten van Hekelingen naar Nieuw-Beijerland. Niet alleen Jan Hoogstad, maar ook Jaap Stuip werd op-geroepen. Stuip woonde in het oude tolhuis aan de Hekelingse kant en verkocht daar versnaperingen aan wachtende passagiers. Deze militairen moesten worden gelegerd in de Openbare School te Goudswaard. Het waren voornamelijk Armeniërs die bij de Duitse Wehrmacht waren ingelijfd. Zij werden destijds voor de keuze gesteld om dienst te nemen bij de Duitsers dan wel te worden overgedragen aan de Russen. In dat laatste geval werden zij naar Siberië gestuurd of zonder pardon doodgeschoten. Het was een grote groep en de bemanning van de pont was de mening toegedaan dat het beter zou zijn wanneer ze niet in één keer overgezet werden. Vooral naar de mening van Jan Hoogstad was het niet verantwoord om alles in één keer over te zetten. Hoewel Hoogstad daar luidkeels melding van maakte, was het de bevelvoerder van de troep die besloot dat alles er toch in één keer op moest. Tijdens het laden van de paarden en wagens met munitie ging het al meteen fout. Er werd teveel aan één kant geladen, zodat de pont nog liggend aan de Hekelingse kant al water begon te maken. Door het afgaande water kwam de pont dan ook direct schuin te liggen en dat werd, toen de stroom er vat op kreeg, alleen maar erger. Toen de Nieuw-Beijerlandse kant bijna was bereikt gebeurde het onvermijdelijke. Zowel bij de mensen als de dieren nam de onrust toe vanwege de schuine ligging. De paarden drongen naar de zijkant toen de pont steeds schever kwam te liggen, met als gevolg dat die omsloeg. De chaos in het donker was enorm en verscheidene personen kwamen onder de pont of in de stroming van het Spui terecht. Een Duitse militair schoot vanaf het Spui nog een lichtkogel af als noodsignaal.

Naast een viertal Armeense militairen, de Zuidlander Jaap Warning en alle paarden verdronk ook Jan Hoogstad tijdens dit ongeval. Het lichaam van Hoogstad is nooit gevonden. Wel is zijn pet, samen met het lijk van een militair, gevonden bij de Oude Tol te Oud-Beijerland. Jaap Stuip overleefde het ongeval, zodat hij later aan nabestaanden zijn verhaal kon doen. Ook een aantal militairen overleefde het ongeluk. Zij vorderden, nat en verkleumd als ze waren, inkwartiering bij Nieuw-Beijerlandse gezinnen, waarbij ze zich ook meteen de warmste plek bij de kachel toe-eigenden. Toen het de volgende dag weer licht werd hebben Duitsers ter plaatse nog met een duiker onderzoek verricht. Met behulp van een hijswerktuig slaagden zij er in de pont te lichten. De verdronken paarden die werden geborgen zijn begraven in de Beerpolder, bij Oud-Beijerland.

Foto’s en afbeeldingen Jan Hoogstad

Het oude tolhuis aan de Hekelingse kant.

Helemaal links staat Jaap Stuip.

Het veer, met het zicht op de Nieuw-Beijerlandse kant.