web analytics

Door de site te te blijven gebruiken, gaat u akkoord met het gebruik van cookies. meer informatie

De cookie-instellingen op deze website zijn ingesteld op 'toestaan cookies "om u de beste surfervaring mogelijk. Als u doorgaat met deze website te gebruiken zonder het wijzigen van uw cookie-instellingen of u klikt op "Accepteren" hieronder dan bent u akkoord met deze instellingen.

Sluiten

De vergeten scheepsramp uit 1943 – WO2 Hoeksche Waard
WO2 Hoeksche Waard

De vergeten scheepsramp uit 1943

De ene ramp is de andere niet. In de Tweede Wereldoorlog vonden diverse scheeprampen plaats op het Hollands Diep. Op 9 juni 2014 vond in Willemstad voor de negenenzestigste keer de herdenking plaats van de omgekomen Belgische militairen bij de ramp met de Rhenus 127 op 30 mei 1940, waarvan er 134 daar begraven liggen.

Een andere scheepsramp, van enkele jaren later, is in de vergetelheid geraakt. De  Zuid-Beijerlander Cees Pijl werd geboren in het voorlaatste oorlogsjaar, in een ziekenhuis te Woerden. Enkele maanden daarvoor overleefden zijn ouders ternauwernood een hachelijk avontuur op het Hollands Diep. ,,Vanwege de naderende inundatie en evacuatie van Zuid-Beijerland gingen mijn ouders afscheid nemen van een oudere zus van mijn moeder, woonachtig te Fijnaart.” In die dagen werd die overtocht gemaakt met de RTM-stoomboot s.s. Willemstad. ,,Mijn ouders plaatsen hun fiets op het dek en namen plaats in de kajuit. Kort na het vertrek van de veerboot ging het helemaal mis.”

In de oorlog schoten de geallieerden in het bezette Nederland met scherp, op alles wat ook maar iets met vervoer te maken had. Zo ook op zaterdagmiddag 13 november 1943, omstreeks 16.15 uur. Twee stoomboten richting Willemstad en Zijpe werden door zes Engelse gevechtsvliegtuigen van het type Typhoon onder vuur genomen.

,,Toen het vuur werd geopend sprong mijn vader meteen ter bescherming over mijn moeder en broertje André heen. De kogels floten hen om de oren. Mijn moeder, in verwachting van mij, vond later granaatscherven in haar jaszak, ook in de velgen van de fietsen zaten granaatscherven.”

Die dag werden negen personen gedood, waaronder beide machinisten van de stoomboten. Er vielen negenentwintig gewonden, later overleden daarvan nog vier personen in het ziekenhuis.

,,Een Duitse soldaat die met zijn geweer op een jager schoot, viel met kogels doorzeefd van de kajuittrap. Een boerin uit Zuid-Beijerland, Mevrouw Kappetein, kreeg een granaatscherf in haar bovenarm, die was helemaal opengereten.”

De kapitein van de s.s. Willemstad zette na de beschieting de boot in de buurt van Willemstad tegen een dijk aan. ,,Mijn ouders is dat moment nog lang bijgebleven. Duitse soldaten droegen vrouwen en kinderen, wadend door het water, half in het donker, aan land.”

In juni 1945 keerde de metselaar Klaas Pijl met zijn echtgenote Maaike Pijl-Bos met hun twee kinderen André en Cees terug in het bevrijde Zuid-Beijerland.Cees Pijl, zichtbaar geroerd, heeft het verhaal talloze keren gehoord van zijn ouders. Alleen om het einde van het verhaal kon altijd worden gelachen: ,,Bij terugkeer vanuit Nieuwerbrug aan de Rijn bleef het stuur van de driewieler van André (overleden in 2013), die bovenop het vrachtwagentje met schamele huisraad lag, onder het lage viaduct bij het ‘Witte Huis’ in Rotterdam aan de bovenleiding van de tram hangen!”

Andere artikelen over dit onderwerp:

De oorlogsherinneringen van Wim de Jong: klik hier

Toen de oorlog begon, deel 12 (Gesneuveld door geallieerd vuur): klik hier

Plaquette scheepsramp: klik hier