web analytics

Door de site te te blijven gebruiken, gaat u akkoord met het gebruik van cookies. meer informatie

De cookie-instellingen op deze website zijn ingesteld op 'toestaan cookies "om u de beste surfervaring mogelijk. Als u doorgaat met deze website te gebruiken zonder het wijzigen van uw cookie-instellingen of u klikt op "Accepteren" hieronder dan bent u akkoord met deze instellingen.

Sluiten

1942 – Vertrek Oud-Beijerlandse joden – WO2 Hoeksche Waard
WO2 Hoeksche Waard

1942 – Vertrek Oud-Beijerlandse joden

De jodenvervolging tijdens de Tweede Wereldoorlog ging niet voorbij aan de Hoeksche Waard. In het centrum van Oud-Beijerland herinnert een gedenkteken aan het lot van de joodse inwoners tijdens de Tweede Wereldoorlog. Er bestaat nog een tastbare herinnering aan de deportatie van de joden. Het is een aantal foto’s, dat is gemaakt bij het vertrek van joodse Oud-Beijerlanders uit het centrum van het dorp. Van deze gebeurtenis is een aantal foto’s bekend. Van de foto die hierbij is geplaatst, stelde de Oud-Beijerlander A.A. de Jong een afdruk ter beschikking aan Het Kompas.

Hij was destijds een van de mensen die op de Molendijk moesten toezien hoe de joden het dorp verlieten. Het dorp was uitgelopen voor het vertrek van de bekende slager Bram Rood en zijn gezin en een aantal andere joodse gezinnen. Per stoomtram van de RTM vertrokken ze naar Rotterdam. De tram staat op de foto stil voor de woning van de familie Koopman. De Jong herinnert zich dat de Joodse gezinnen daar op de tram stapten. ,;Ik ben zo weer terug, riep Bram Rood toen de tram vertrok”, zegt De Jong. In het fotoboek ‘De stoomtram tijdens de bezetting’ van Bas van der Heiden is een andere foto afgedrukt van de zelfde gebeurtenis. Op die foto staat de tram stil voor het pand van Rood. „De foto werd op 11 augustus 1942 heimelijk genomen ‘door H. Brinks”, schrijft Van der Heiden. Slager Rood en zijn familie zijn op 30 september 1942 in Auschwitz overleden. Van de 39 joodse inwoners van het dorp overleefden er zeven de oorlog. Wie met de oude foto in de hand over de Molendijk loopt, vindt moeiteloos de plek terug waar destijds de menigte stond. De heer De Jong herinnert zich dat de slagerij van Rood destijds was gevestigd in het pand waar nu Visspeciaalzaak Jan Kant is gevestigd.

Knipsel ‘Twee maal de Molendijk’ – Kompas 1 mei 1998

Knipsel ‘Vertrek van Oud-Beijerlandse joden in 1942 vastgelegd op serie foto’s’

OUD-BEIJERLAND In Het Kompas van vrijdag 1 mei is een foto afgedrukt van het vertrek van joodse Oud-Beijerlanders op 11 augustus 1942. De foto was genomen op de Molendijk. Naar aanleiding van de reacties die hierop binnenkwamen, in deze krant een vervolg.

De Oud-Beijerlander A. Duifhuizen is een van de mensen die de redactie benaderden over de foto. Hij was destijds aanwezig waren op de Molendijk. Het was Duifhuizen die de foto maakte die op 1 mei in Het Kompas werd afgedrukt. „Ik heb die dag verder geen mens gezien die foto’s gemaakt heeft. Je mocht ook helemaal niet fotograferen”, vertelt Duifhuizen. Hij was in de oorlog en kort na de bevrijding een van de weinige mensen die foto’s maakten. Filmpjes waren schaars, maar Duifhuizen was bevriend met de joodse fotograaf Strauss, die hem van filmpjes voorzag.

Duifhuizen herinnert zich 11 augustus 1942 nog goed. Hij was naar de Molendijk gekomen om samen met de joodse familie Rood per tram naar Rotterdam te gaan. Daar moest de familie Rood zich melden. Duifhuizen was goed bevriend met Elie Rood, de zoon van slager Rood. Kort voor het vertrek van de tram heeft Duifhuizen een serie foto’s gemaakt. Dat kon, omdat er niemand was die dat kon verbieden. „In die tijd waren de Duitsers van de dijk vertrokken. Zij wilden geen ophef, herinnert hij zich. Op de eerste foto is te zien hoe Henrietta Wilhelmina Boers met haar ouders over de dijk naar de tram loopt. Ze wordt omringd door nieuwsgierige kinderen. De 17-jarige Henrietta moest zich als jodin in Rotterdam melden. Ze heeft de oorlog niet overleefd. Haar ouders David en Bertha zijn later ondergedoken en hebben de oorlog wel overleefd. Op de foto is te zien dat vader David Boers een jodenster op heeft.

Op de tweede foto die hierbij wordt afgedrukt, staat de tram voor het pand van slager Rood. „Bij het pand ernaast, drogisterij Van der Heiden, staat oma Van der Heiden met haar keuvel op in de deuropening”, vertelt Duifhuizen. Zoals op de foto’s te zien is, leidde het, vertrek van de tram tot een volksoploop. Duifhuizen herinnert zich dat veel mensen gewoon uit nieuwsgierigheid gingen kijken hoe de eerste joden Oud-Beijerland verlieten. Een andere getuige, P. Bot, herinnert zich dat veel mensen naar de Molendijk toe gingen om afscheid te nemen. „Wij gingen heel gewoon om met de joden. Het waren dorpsgenoten van je. Ze zaten gewoon op de openbare school.” Hij herinnert zich slager Rood nog. „Bram Rood was een goede slager”, aldus Bot.

De derde foto is gemaakt kort voordat Duifhuizen zelf op de tram stapte om samen met Cees Leeuwenhoek het gezin Rood te begeleiden. Het slagersgezin bestond uit Betje (50), Abraham (47), Elie (19) en Frauke (16). „Ik heb nog geprobeerd ze onder te laten duiken. Maar ze wilden niet of ze dorsten niet”, vertelt Duifhuizen. Bij het afscheid van Oud-Beijerland riep slager Rood ‘Ik ben zo weer terug’, melden de getuigen P. Bot en A.A. de Jong. In de RTM-tram zaten de Oud-Beijerlandse joden tussen gewone passagiers die een dagje naar Rotterdam gingen. Gesproken werd er volgens Duifhuizen niet veel. „Je kon immers niet vooruit kijken. Je wist niet wat er ging gebeuren.” Nadat de tram het eindpunt aan de Rosestraat had bereikt, werd de reis te voet voortgezet. „We hebben gelopen tot bij het Poortgebouw. Daar was een loods met moffen voor de poort. We zijn tot aan de poort geweest. Daar hebben we elkaar een hand gegeven. Daarna hebben we niets meer van ze gehoord.” Het gezin Rood heeft de oorlog niet overleefd.

Kompas – mei 1998

Foto’s ‘Vertrek Oud-Beijerlandse joden’ – 1942

Deze foto werd gemaakt op het moment dat de 17-jarige Henriëtte Wilhelmina Boers door haar vader en stiefmoeder naar de tram werd gebracht op 11 augustus 1941. Henriëtte loopt rechts, zij en haar vader David houden iets vast. Naast David loopt de stiefmoeder van Henriëtte, de oudere heer links is Hartog Koopman.

De bovenstaande foto’s zijn ook gebruikt in het Hoeksche Waard Magazine (het prachtige blad dat in februari 2012 helaas is gestopt) nummer 6 van november/december 2007.

Artikel ‘Sleutel tot zwarte periode’ – 2007

Emotionele vondst in kluis Streekmuseum Hoeksche Waard

Sleutel tot zwarte periode in geschiedenis van de streek

Tekst: Marja Visscher

Onlangs deden medewerkers een emotionele vondst in de kluis van het Streekmuseum Hoeksche Waard te Heinenoord. Bij het opruimen daarvan werd een papieren zak gevonden met daarin twee sleutelbossen. Niets bijzonders zo op het eerste gezicht, ware het niet dat een bijbehorend briefje in een korte uitleg duidelijk maakte dat het om de sleutelbossen ging van twee joodse gezinnen uit Oud-Beijerland. Eén bos is van de familie Abraham Rood, slager aan de Molendijk 20, de andere van de heer Mozes van Tijn, huidenkoopman uit de Kerkstraat 38 die samen woonde met zijn zusters Matje en Rijntje van Tijn. De sleutels vormden voor ons Magazine de aanleiding om op zoek te gaan naar de eigenaars van deze sleutels. Al snel vonden we foto’s in ons archief die het verhaal van de sleutels visueel ondersteunden, maar tegelijkertijd ook heel veel vragen opriepen.

Het bij de sleutels behorende briefje was gericht aan de toenmalige conservator van het Streekmuseum, de heer Jan de Rooij, en was afkomstig van Koos Schipper, werkzaam bij de gemeente Oud-Beijerland. Schipper: ‘Toen we in 1977 de kluis van het Oude Raadhuis leegmaakten vanwege verhuizing naar het nieuwe bestuurscentrum kwamen er, naast een hoop andere rommel, ook deze twee sleutelbossen tevoorschijn. Ik heb er mee in mijn handen gestaan en kon het niet over mijn hart verkrijgen ze zomaar weg te gooien. Er even over nagedacht hebbende, besloot ik ze aan Jan de Rooij van het Streekmuseum te geven in de wetenschap dat ze dan in ieder geval bewaard zouden blijven. Het is tenslotte niet niks wat er met deze .families is gebeurd.’ Mede door het door Koos Schipper geschreven briefje met daarop de gegevens van beide families, hebben de sleutels nu, zo vele jaren later, een plekje gekregen in de uiterst zwarte periode in de geschiedenis, in dit geval van onze streek.

Al snel werd duidelijk dat de foto’s die het verhaal van de sleutelbossen ondersteunden, gemaakt waren door de Oud-Beijerlander Arie Duifhuizen. ‘Ik weet het nog goed’, zegt Duifhuizen, ‘het was op 11 augustus 1942. Niet veel mensen hadden toen de beschikking over een fototoestel. Maar ik was bevriend met fotograaf Strauss die zijn atelier had aan de Oostdijk. Daardoor beschikte ik over een fototoestel en nog belangrijker in die tijd, over fotorolletjes.’ De foto’s zijn duidelijk vanaf een hogere positie genomen. ‘Klopt, want elk huis had toen nog een eigen stoepje met van die paaltjes met daartussen een ketting of een ijzeren hekje, daar ben ik bovenop gaan staan om de foto’s te nemen. Op deze foto staat de tram voor de slagerij van Rood. Waarin nu visboer Kant zit’, verduidelijkt hij. ‘Op de andere foto komen David Boers, zijn vrouw Bertha Catharina Boers-Haagens en ik denk een schoolhoofd van de rechts lopende 17-ja-rige Henriëtte Wilhelmina aanlopen ter hoogte waar nu boekhandel Edel zit. Die ouders gaan hun kind, dat een oproep heeft gekregen, naar de tram brengen. Boers zal het toch om de een of andere reden niet vertrouwd hebben, want het gezin is later ondergedoken.’ Aanleiding tot de volksoploop was de oproep die enkele Joodse Oud-Beijerlanders van de Duitsers hadden gekregen om zich op die 11d’ augustus te melden voor transport, onder het mom van tewerkstelling in Duitsland. Duifhuizen: `Voorafgaand aan die oproep, die zo stiekem mogelijk verliep, zonder er ruchtbaarheid aan te geven, was het de joodse families al onmo-gelijk gemaakt om op een fatsoenlijke manier aan het sociale leven in Oud-Beijerland deel te nemen.’ Er werd in die tijd doelbewust aan een zekere isolatie van de joden gewerkt. In winkels die niet als joodse zaken gekenmerkt waren, werden ze bijvoorbeeld alleen toegelaten tussen 15 en 17 uur. Er was een verbod op het gebruik van openbaar vervoer, een verbod om kapperszaken en paramedische inrichtingen te betreden. ‘Bepaalde tijden mochten ze zich niet in café’s ophouden en ga zo maar door. Wanneer ze zich niet aan deze voorschriften hielden stonden daar zware straffen op’, weet Arie Duifhuizen nog goed. ‘Het was echt de bedoeling om ze in een isolement te drijven.’ We verwonderen ons over de uitgelopen mensenmassa. Mede doordat Oud-Beijerland in de oorlog nog niet zoveel inwoners had als nu, moet daar toch op z’n minst meer dan de helft van de bevolking gestaan hebben. `Dat ging van mond tot mond. Ik was bevriend met Elias Rood en zijn vader deed er in zijn winkel ook niet geheimzinnig over. Vertelde dat hij tewerk zou worden gesteld in Duitsland en ach ja, dan weet je hoe dat gaat op zo’n dorp. Mensen wisten toen ook nog niet echt wat er met de joden stond te gebeuren. Dat drong pas veel later door. Zelf had Rood overigens ook totaal geen argwaan over het feit dat hem wellicht iets heel anders te wachten stond. Op de foto die ik maakte waar hij in de deuropening van de tram staat, roept hij: `Tot gauw!’ Hij kon toen niet weten, hetgeen wij nu weten, dat hij en zijn hele familie op 30 september van datzelfde jaar zijn vergast in Auschwitz. Samen met Cees Leeuwenhoek ben ik meegereisd naar Rotterdam, naar Loods 24. Daar hebben we afscheid genomen. Van daaruit werden ze verder vervoerd via Amsterdam. `Ik denk eerlijk gezegd dat ze bij aankomst direct om het leven zijn gebracht.’ Die 11d’ augustus gaven Hartog Koopman, Abraham Rood en Mozes Frenkel met hun gezinnen, alsmede de 17-jarige Henriëtte Boers gehoor aan de `oproeping’. Op 17 oktober volgden Jakob van den Berg en zijn vrouw en op 29 oktober Mozes van Tijn met zijn zus, Marcus Hamme met zijn gezin en Jetje van Leeuwen, al spoedig gevolgd door de nog overgebleven joden.

Mevrouw Hamme heeft zich bij de razzia te Amsterdam ziek gehouden en haar twee kin-deren naar het Vondelpark gestuurd; hierdoor hebben alle drie, zoals later blijken zou, het er levend afgebracht. David Boers met vrouw en zoon en Pienas Boers met vrouw en pleegkind waren op 24 oktober te Apeldoorn ondergedo-ken en Elisabeth van den Berg te Dordrecht. Pienas Boers werd met zijn gezin slachtoffer van verraad. Van de 39 joodse inwoners van Oud-Beijerland zijn er 31 in concentratiekam-pen omgekomen, één heeft de verschrikking van Auschwitz overleefd, terwijl 7 zich wisten te redden door onder te duiken.

Op de foto’s zijn geen Duitsers in uniform te zien. Alleen één agent die blijkbaar in staat was de toegestroomde Oud-Beijerlandse bevolking op afstand te houden. Duifhuizen: ‘Eigenlijk ging dat wegvoeren geruisloos; gaf je er geen gehoor aan dan stonden daar sancties op. Van tevoren hadden ze een schrijven gekregen, een ‘oproeping’ zoals dat toen heette. Daarin stond o.a. dat ziekte geen verontschuldiging voor de oproeping was en er werd op aangegeven wat men aan bagage mocht meenemen. Bij de oproep was een reisvergunning en vervoersbiljet bijgesloten. Voor deze gelegenheid mochten de joden bij uitzondering weer eens gebruikmaken van het openbaar vervoer. De tram moest wel gewoon betaald worden, het daaropvolgende treinvervoer was daarentegen gratis. De Nederlandse Spoorwegen brachten de gemaakte kosten in rekening bij de ‘Höheren SS-und Politzeiführer’. De 85-jarige Duifhuizen, in de oorlogsperiode een actief verzetsman, leeft nog dagelijks met de oorlogsgebeurtenissen. Zijn geheugen laat hem ondanks de hoge leeftijd op geen enkel punt in de steek. ‘Mede door wat er met die joodse families, met Rood, is gebeurd, hebben mijn vrouw en ik een bezoek gebracht aan Auschwitz. Ik wilde weten hoe het er daar uitzag en vooral ook wat er met hen gebeurd is.’ Hij pakt een mapje met foto’s die werden gemaakt tijdens zijn bezoek aldaar. Wil je met je artikel helemaal compleet zijn dan moet je er deze bij afdrukken. Laat de wereld maar zien waar die Duitsers destijds toe in staat waren.’ Hij wijst op de barakken: ‘Die werden niet door de joden bewoond, daarin zaten andere mensen o.a. Nederlanders die te werk werden gesteld. De joden werden bij aankomst van hun bezittingen ontdaan en in een betrekkelijk kleine loods gestopt. Door een luik in het plafond werden blikken gas gegooid. Mensen konden geen kant op. Dit zijn de ovens…’ Hij slikt even: ‘Dat was het einde van het verhaal…!’

De sleutelbossen van de beide joodse families zullen vanaf heden het middelpunt vormen van een kleine, maar intieme (blijvende) expositie in Streekmuseum Hof van Assendelft te Heinenoord.