web analytics

Door de site te te blijven gebruiken, gaat u akkoord met het gebruik van cookies. meer informatie

De cookie-instellingen op deze website zijn ingesteld op 'toestaan cookies "om u de beste surfervaring mogelijk. Als u doorgaat met deze website te gebruiken zonder het wijzigen van uw cookie-instellingen of u klikt op "Accepteren" hieronder dan bent u akkoord met deze instellingen.

Sluiten

Mees herbeleeft ‘tocht van mijn leven’ – WO2 Hoeksche Waard
WO2 Hoeksche Waard

Mees herbeleeft ‘tocht van mijn leven’

In april 2015 startte het Kompas met een serie over de oorlog: Mensen uit de Hoeksche Waard blikken terug op de oorlogsjaren ’40-’45 en de bevrijding.

In deel 7 (slot) Mees Nederlof: Mees herbeleeft ‘tocht van mijn leven’ – Bron Kompas 6 mei 2015

Als 12-jarig jochie vertrekt Mees Nederlof in de zomer van 1944 uit Sportdorp in Rotterdam-Zuid naar de Hoeksche Waard. Daar wil hij voedsel verzamelen voor de hongerige magen thuis. Na 70 jaar maakt hij de tocht opnieuw. Nu met een ander doel: Wie waren de mensen die hem toen hielpen? (door Arco van de Ree).
Op goed geluk verlaat Mees in 1944 lopend zijn ouderlijk huis aan de Rugbystraat. Zo bereikt hij de door de Duitse bezetter hermetisch afgesloten Barendrechtse brug. ’s Avonds waagt hij de oversteek. Al na de eerste brugpijler gaat het mis. “Ik werd opgepakt en gevangen gezet in een geïmproviseerde cel.” De volgende ochtend is hij weer vrij. Wonder boven wonder stuurt een Duitse soldaat hem in de richting van de Hoeksche Waard. Via de Boonsweg kwam hij op de Blaaksedijk. Daar belt hij op goed geluk aan bij huizen en boerderijen. Overal vraagt hij om één aardappel. “Ik dacht: mensen kunnen gemakkelijker een aardappel missen dan een hele zak.” Zo raakt zijn juten zak aardig vol. Hij krijgt ook suikerbieten, spitskool, kroten en losse tarwe. De nachten brengt hij door in de buitenlucht. Niet alle boeren zijn vrijgevig, weet Jacoba Kooy-Groeneveld. Als jong meisje woonde ze bij haar ouders op de boerderij aan de Blaaksedijk. “Sommige boeren stuurden iedereen weg of wilden alleen voedsel ruilen tegen sieraden. Maar bij ons was er altijd plaats in de stal.” Het verhaal van Jacoba sluit naadloos aan op de herinneringen van Mees. “Ik weet nu zeker dat ik bij hen heb geslapen. Midden in de nacht probeerde zelfs iemand mij te beroven van mijn eten. De vader van Jacoba heeft dat echter voorkomen en de onverlaat van het erf gejaagd.” In de oorlog verschaft de boerderij van Groeneveld menigeen een onderkomen voor korte of langere tijd. Jacoba: “Mijn vader noteerde alle namen voor het geval er iets gebeurde. Al wist ik niet wat dat zou kunnen zijn.” De lijsten zijn verdwenen, omdat niemand er na de bevrijding nog waarde aan hechtte. Na ruim een week krijgt Mees heimwee. Als hij beseft dat het niet zo gemakkelijk is om thuis te komen, slaat de wanhoop toe. Hij bidt God om hulp. “Mijn gebed werd vrijwel direct verhoord. Ik mocht met een vrachtauto meerijden naar Rotterdam.” Na de oorlog blijft één vraag steeds door zijn hoofd spoken: Wie is toch de chauffeur die hem heeft meegenomen? “Die man heeft zijn leven voor me geriskeerd.” Jacoba Kooy-Groeneveld lost ook dit raadsel op. “De chauffeur was Jan Kooiman,” zegt ze. “Hij was een zoon van de aardappelhandelaar Piet Kooiman aan de Dordtsestraatweg. Jan had verkering met Pietje van der Hoek die op de Blaaksedijk woonde. Later is hij ook met haar getrouwd.” Kooiman is een vaste klant bij de familie Groeneveld. Hij koopt er zijn aardappelen om die in de stad te verkopen. In de oorlog krijgt hij ontheffing om over de Barendrechtse brug te rijden.