web analytics

Door de site te te blijven gebruiken, gaat u akkoord met het gebruik van cookies. meer informatie

De cookie-instellingen op deze website zijn ingesteld op 'toestaan cookies "om u de beste surfervaring mogelijk. Als u doorgaat met deze website te gebruiken zonder het wijzigen van uw cookie-instellingen of u klikt op "Accepteren" hieronder dan bent u akkoord met deze instellingen.

Sluiten

Pieternella Klein, † 3 maart 1945 – WO2 Hoeksche Waard
WO2 Hoeksche Waard

Pieternella Klein, † 3 maart 1945

Pieternella Klein werd geboren op 9 juni 1915 te Goudswaard als dochter van Adrianus Klein (6 december 1874, Goudswaard) en Anna Maartje van der Bie (20 juni 1876, Goudswaard). Het echtpaar Klein, woonachtig aan de Molendijk 47 te Goudswaard, kreeg zeven kinderen: vier dochters en drie zoons. Ze staat vermeld op het Monument Burgerslachtoffers WO2 Korendijk

Pietje Klein van Goudswaard

Pietje Klein vertrok op 20-jarige leeftijd naar Haarlem om daar als dienstbode te gaan werken. In die tijd vertrokken vanaf het platteland wel vaker jongedames naar een stad om dienstbode te worden. De voornaamste reden daarvan was dat er meer kon worden verdiend dan op het platteland. Op 13 mei 1936 meldde zij zich op het adres Zijlweg 150 en trad in dienst bij J. van der Horst. Op 11 januari 1937 verhuisde ze naar het Statenkwartier in Den Haag en werd daar dienstbode in het gezin van D.H. Arends, een gepensioneerd officier van gezondheid bij het KNIL in het toenmalige Nederlands-Indië. Officieel werd ze toen ingeschreven op het adres Adriaan Pauwstraat 51 te ’s-Gravenhage. In die tijd gold de wettelijke regel al dat men daar ingeschreven moest staan waar men de meeste nachtrust genoot. Hoewel reizen toentertijd een kostbare zaak was, kwam Pietje toch zo vaak als mogelijk in Goudswaard bij haar familie. Hierdoor bleven de oudere Goudswaarders en het gezin in Den Haag aan haar refereren als “Pietje Klein van Goudswaard”, ondanks het feit dat haar roepnaam toen al was gewijzigd in Nel.

Na het overlijden van D.H. Arends op 29 oktober 1942 bleef Nel werkzaam binnen het gezin. Ze was in de jaren daarna dienstbode voor de weduwe C.M. Arends-Wagenvoort en haar zoon Jan Arends, leraar wis- en natuurkunde. Vanwege de aanleg van een verdedigingslinie langs de bezette Europese westkust, de Atlantikwall, werden Wassenaar, Scheveningen en Haagse wijken als Benoordenhout en Statenkwartier aan-gewezen als Sperrgebiet. Hierdoor moesten de bewoners van het Statenkwartier in december 1943 gedwongen verhuizen. Een nicht van mevrouw Arends, eveneens weduwe, woonde destijds op het adres Juliana van Stolberglaan 202 in de wijk Bezuidenhout. Mevrouw Arends, haar zoon Jan en de dienstbode namen vanaf dat moment ook hun intrek in Bezuidenhout. Enige tijd later, op 8 september 1944, werd vanuit Wassenaar de eerste V2 naar Londen gelanceerd en in de maanden daarna werden vanaf lanceerplaatsen in Den Haag en omgeving, zoals het Haagse Bos, Duindigt en Wassenaar, ruim duizend van deze raketten in de richting van Engeland afgevuurd. In maart 1945 kreeg de aanwezigheid van deze lanceerplaatsen grote gevolgen voor Bezuidenhout.

Op zaterdag 3 maart 1945 in de vroege ochtend vertrokken geallieerde bommenwerpers vanuit België en Noord-Frankrijk naar Den Haag. Het doel was het Haagse Bos, een park dat de Duitse raketeenheden al enige tijd gebruikten om hun V2-raketten op te slaan en er aan te werken, voor ze werden gelanceerd. Door een fout in de opdracht die de vliegers hadden meegekregen werd het doel niet getroffen. Vanaf acht minuten over negen werd er 67.000 kilo aan brisantbommen afgeworpen middenin het Bezuidenhout, hemelsbreed iets meer dan een kilometer van de twee richtpunten. Bij het bombardement werden meer dan vijfhonderd mensen gedood en raakten honderden mensen zwaar gewond. De ravage verergerde doordat de branden door de harde noordwestenwind werden aangewakkerd. Uiteindelijk werden 3300 huizen verwoest, 1200 huizen zwaar beschadigd en raakten meer dan twaalfduizend mensen dakloos. Naast het Bezuidenhout werden ook het Voorhout en de Vijverberg getroffen. Het mislukte bombardement veroorzaakte grote opschudding en het Engelse War Cabinet besloot een onderzoek in te stellen. Vier maanden later kreeg de Neder-landse regering te horen, dat bij de instructie voor het bombardement on-juiste coördinaten waren opgegeven en dat de verantwoordelijke officier was gestraft.

De ouders van Nel ontvingen een brief van ds. P. Honkoop, de predikant van Nel bij de Gereformeerde Gemeente in Den Haag. In de brief, gedateerd 9 maart 1945, beschreef hij deze fatale dag als volgt: “De boodschap door een der knechten meegegeven, zal u zeker wel ontvangen hebben, u officieel mededeeling doende van den toestand der zaken. Ik heb er tot nu toe mede gewacht, in de hoop dat Nel Klein met haar Mijnheer en Mevrouw in het een of ander ziekenhuis mocht gevonden worden. Hiermede kan ik u, tot mijn spijt en leedwezen, niet troosten. Ik zal trachten de zaak eerlijk mede te deelen. Zaterdagmorgen is Den Haag verschrikkelijk gebombardeerd en voornamelijk het Bezuidenhout. Om kwart voor acht des morgens was ’t dienstmeisje van Krijgsman bij hun in huis. Nauwelijks had zij het huis van Mevr. Arends verlaten of een zwaar bombardement barstte los boven hen, waarvan een der eerste bommen op het huis van Mevr. Arends terecht kwam. Door deze voltreffer van zwaar caliber stortte hun huis met een naburig geheel in elkaar of werd uit elkaar geslagen. Kort daarop stond de geheele boel in brand, en zijn zeker Nel en Mevrouw en Jan geheel vermorzeld. Al de ziekenhuizen zijn we afgegaan, maar nergens eenig spoor van hen te vinden, ook op de doodenlijst van vele honderden komt zij niet voor. Het staat dus vrij vast, dat ze alle drie onder het puin bedolven zijn. Ze zijn daar thans aan het opruimen, maar tot nu toe met weinig resultaat. Een nekwervel werd gevonden. Vermoedelijk zal er weinig of niets meer van het stoffelijk lichaam over zijn”.

Foto’s en afbeeldingen Pieternella Klein

De originele foto van ‘Pietje’. De werkgroep heeft deze foto laten restaureren.

Twee foto’s van Bezuidenhout.