web analytics

Door de site te te blijven gebruiken, gaat u akkoord met het gebruik van cookies. meer informatie

De cookie-instellingen op deze website zijn ingesteld op 'toestaan cookies "om u de beste surfervaring mogelijk. Als u doorgaat met deze website te gebruiken zonder het wijzigen van uw cookie-instellingen of u klikt op "Accepteren" hieronder dan bent u akkoord met deze instellingen.

Sluiten

Toen de oorlog begon: deel 10 (Dwangarbeid fataal) – WO2 Hoeksche Waard
WO2 Hoeksche Waard

Toen de oorlog begon: deel 10 (Dwangarbeid fataal)

Knipsel ‘Toen de oorlog begon – deel 10 (Dwangarbeid fataal)’ – AD Rotterdams Dagblad, editie Hoeksche Waard, 9 april 2015

Alle Nederlandse mannen tussen de 18 tot 35 jaar moesten zich in 1943 melden voor de Arbeitseinsatz. De boezemvrienden Cor Groenenberg en Lau Andeweg vertrokken op 18 juni 1943 per stoomtram uit Goudswaard, op weg naar het onbekende. Lau overleed ver weg van huis, vandaag precies 70 jaar geleden.

Vanaf Rotterdam voerde de reis per trein naar Mettingen, een stadsdeel van Esslingen am Neckar, onder de rook van Stuttgart. In deze plaats bevond zich de Maschinenfabrik Esslingen, producent van locomotieven, trams, wagons, pompen en ketels. „We stonden de hele dag aan een machine. Elke dag rolde er een nieuwe locomotief uit de fabriek,” vertelde Cor Groenenberg in 2010 die een jaar later op 87-jarige leeftijd overleed. Er werd flink gesnauwd door de toezichthouders, maar er werd niet geslagen. De werkdagen waren lang en bijna iedereen had last van luizen. Het voedsel hield niet over, brood en soep zonder veel voedingswaarde. „Rooie kool, witte kool, savooiekool, zo in het water gekiept. Om twaalf uur kregen we eten, om half een stikten we alweer van de honger.” Vanwege de aanwezigheid van een lokale brouwerij werd er ook bier als voedselvervanger uitgedeeld. Cor Groenenberg: „We kregen wel tien flesjes per dag. Na de oorlog heb ik nooit meer bier gedronken.” De dwangarbeiders sliepen in stapelbedden in een barak, vlakbij de fabriek. Ondanks het gevaar, vanwege de vele bombardementen van de geallieerden, leken beide Hoeksche Waarders ongeschonden het einde van de oorlog te halen. Tot het noodlot toesloeg. Lau kreeg pijn in zijn zij. Onderzoek wees uit dat hij een abces had. Hij werd behandeld door een plaatselijke dokter, maar die verergerde de kwaal alleen maar. De vuiligheid uit de infectie kwam in Lau’s bloed terecht, met fatale gevolgen. Cor hoorde later dat de ‘arts’ een fietsenmaker was die als dokter door de Duitsers was aangesteld. Op 9 april 1945 overleed Lau op 20-jarige leeftijd. Dertien dagen later namen de Amerikanen de stad Esslingen in en was de oorlog voorbij… Teuntje, de toen 13-jarige zus van Lau die nog steeds leeft, kan zich het slechte nieuws nog goed herinneren: „Mijn moeder had de hele ochtend al een onheilspellend gevoel. Toen op zaterdagmiddag burgemeester Hammer via de achterdeur binnenliep, vreesde ze het ergste. Mijn vader lag met griep op bed en bij zijn ledikant vertelde de burgemeester het slechte nieuws. Moeder viel meteen flauw. De zondag daarop heeft ze de hele dag gehuild, met een foto van Lau in haar handen. Binnen een week werd ze helemaal grijs, vanuit het niets.” Ruim zes jaar later, in een klein kistje en vervoerd door een legertruck, kwam Lau Andeweg terug in Goudswaard. Cor Groenenberg stierf op 11 mei 2011, een week na de onthulling van het ‘Monument voor Burgerslachtoffers’ in Korendijk met daarop de naam van zijn vriend.

Andere publicaties op deze website over dit onderwerp:

Laurens Jacob Andeweg, † 9 april 1945 (klik hier)